11dec

D6bels 2019: Breng je stem uit

De genomineerden voor de vierde editie van de D6bels Music awards zijn bekend. Stem tot 10 januari 2019  op jouw favoriete artiesten.

De Belgische Franstalige muziekscène staat opnieuw in de schijnwerpers met een vierde editie van de D6bels Music Awards, die net zo bijzonder belooft te worden als de voorgaande. Vorig jaar werden enkele nieuwe categorieën toegevoegd aan de bestaande muziekgenres: Franstalig lied, Pop, Rock & Alternatief, Dance & Electro, en Hip-Hop.D6bels music Awards 2018: à vos votes

De genomineerden zijn:

ALBUM: Angèle – “Brol”, Baloji – “137 Avenue Kaniama”, Mustii – “21st Century Boy”, Veence Hanao x Le Motel – “Bodie”.

VROUWELIJKE SOLO ARTIEST: Alice on the Roof, Angèle, Claire Laffut, Typh Barrow.

MANNELIJKE SOLO ARTIEST: Baloji, Damso, GRANDGEORGE, Mustii.

GROEP: BRNS, Girls in Hawaii,  Juicy, Roméo Elvis x Le Motel.

FRANSTALIG LIED:  Angèle, Charlotte, Claire Laffut, Delta.

POP: Alice On The Roof, GRANDGEORGE, Mustii,  Typh Barrow.

ROCK & ALTERNATIEF: Black Mirrors, It It Anita, Lylac, Romano Nervoso.

DANCE & ELECTRO : Henri PFR, Kid Noize, Lost Frequencies, Todiefor.

URBAN: Caballero & JeanJass, Damso, Hamza, Tiiww Tiiww.

BESTE NIEUWKOMER: Atome, Claire Laffut, Juicy, Sonnfjord.

CONCERT: Angèle, Baloji, Girls in Hawaii, Mustii.

MUZIKANT: Angèle Van Laeken (Angèle), Anthony Sinatra, David Nzeyimana, Thomas Mustin (Mustii).

VIDEOCLIP: Alice on The Roof (Malade), Angèle (Jalousie), Angèle (Je veux tes yeux),  Angèle (La Thune).

AUTEUR/COMPONIST: Alice On The Roof, Angèle, Mustii, Veence Hanao x Le Motel.

HIT: Malade (Alice On The Roof), La Loi de Murphy (Angèle), In The Mood (Henri PFR), Melody (Lost Frequencies).

STEM HIER!

10dec

Betere technologie, betere rechten!

Sinds 14/11/2018 hebben acteurs en muzikanten recht op een vergoeding voor doorgifte via de kabel, ondanks de directe injectie. Dat is nieuw, want voordat de nieuwe wetgeving werd goedgekeurd, blokkeerde deze techniek die door kabeldistributeurs wordt gebruikt, jouw kabelrechten. De technologie staat niet stil. Maar moeten jouw rechten dan afhangen van de manier waarop jouw werken worden uitgezonden?

Betere technologie, betere rechten!

WELKE TECHNOLOGIE ER OOK WORDT GEBRUIKT…

Toegang tot audiovisuele en muzikale werken was nooit zo gemakkelijk als vandaag, en dat genereert bijgevolg ook meer inkomsten. De wetgeving volgde echter niet: uitvoerende artiesten worden onvoldoende of zelfs niet vergoed voor de exploitatie van hun repertoire. Eind 2017 klaagden we met de campagne ‘Kris, artiesten werken ook een reeks wetsontwerpen aan die jouw rechten als uitvoerende artiest aantast.

Een jaar later zorgt de goedkeuring van de nieuwe wetgeving echter voor rechtszekerheid voor acteurs en muzikanten die een kabelrecht hebben, ongeacht de technologie die wordt aangewend (in dit geval, de directe injectie). We stellen echter vast dat het technische kader van de teksten die jouw rechten als uitvoerende artiest omvatten, zelden overeenkomt met de technologische realiteit en de actuele (en toekomstige) vormen van distributie en exploitatie. In een wereld waarin technologie veel sneller evolueert dan onze wetgeving, is het dus tijd om het volgende principe te introduceren: welke middelen er ook worden gebruikt om een werk te verspreiden, de inkomsten daarvan moeten eerlijk worden verdeeld onder diegenen die daar recht op hebben, uitvoerende artiesten inbegrepen.

EEN JAAR LATER: HOE IS DE SITUATIE NU?

De campagne die gelanceerd werd in december 2017 klaagde drie ontwerpteksten aan (wetsvoorstellen of koninklijke besluiten) die je naburige rechten rechtstreeks aanvallen:

  • De afschaffing van een billijke vergoeding voor acteurs: Eind 2017 introduceerde een nieuw decreet een onderscheid tussen fonogrammen (geluidswerken) en audiovisuele werken. Eind 2018 werd de billijke vergoeding voor acteurs afgeschaft wat betreft audiovisuele werken.
  • Het omzeilen van de rechten van uitvoerende artiesten zodat zij (nog steeds) niet kunnen profiteren van de kabelrechten die hen toekomen: het recht op vergoeding voor doorgifte via de kabel, betaald door kabeldistributeurs, is een financiële compensatie voor het feit dat jouw werken worden verspreid via hun kabelnetwerk. De Belgische wetgeving inzake naburige rechten verleent dit niet-overdraagbare recht aan uitvoerende artiesten sinds 2014. Eind 2017 bracht een nieuwe techniek, genaamd de directe injectie, jouw “kabelrechten” in gevaar. Eind 2018 geeft een nieuwe wetgeving voor de audiovisuele sector je eindelijk gelijk: de uitvoerende artiest heeft recht op een vergoeding voor verspreiding via de kabel, zelfs in het geval van de directe injectie. Lees ons volledige artikel over de nieuwe wetgeving voor de audiovisuele sector hier.
  • De vrijstelling voor de vrije beroepen van de betaling van een billijke vergoeding (muzikanten): Deze vrijstelling voor de vrije beroepen werd eind 2017 goedgekeurd en ging begin 2018 van kracht. Gevolg: minder rechten voor muzikanten.

Kortom, er werd wel degelijk vooruitgang geboekt dit jaar, maar de conclusie blijft dat de positie van de uitvoerende artiest op alle gebieden moet verdedigd worden, en er is haast bij.

 

8dec

SAUDADE: WINNAAR CONCOURS CIRCUIT 2018

“Ze waren met meer dan 270 dit jaar, de kandidaten voor Concours Circuit. Daaruit werden 25 eclectische en veelbelovende muzikale projecten geselecteerd door een panel van professionals.”

De introductie lijkt bijna gegrepen uit een realityshow, maar daar hebben we het in dit geval (en met alle respect voor het televisiegenre) niet over. Zaterdag 8 december werd er een einde gebracht aan de spanning en werd bekend gemaakt wie de finale heeft gewonnen van Concours Circuit: Saudade!

Saudade

De artiesten van de vijf muzikale projecten die werden geselecteerd in het kader van de Court-circuit competitie, en volgden een begeleiding georganiseerd door de VZW, in samenwerking met talrijke partnerschappen. Court-circuit, dat ondersteund wordt door PlayRight+, steunt en begeleidt opkomende artiesten, en daarnaast profileert het zich zowel als ‘informatiepunt’ voor artiesten (hoe een muzikaal project ontwikkelen, hoe professionals benaderen, etc.) en als schakel tussen jonge muzikanten en festivalorganisatoren.

Wat is Concours circuit?

Concours circuits wordt jaarlijks georganiseerd en is een muzikale springplank die alternatieve muzikale projecten van de Federatie Wallonië-Brussel de mogelijkheid biedt om op een podium op te treden en extra zichtbaarheid te verwerven. Maar daar stopt het niet. De vijf finalisten worden individueel grondig voorbereid, opgevolgd en gecoacht. De geselecteerde groepen mogen vervolgens optreden in de Botanique tijdens de finale van Concours circuit. De winnaar van de wedstrijd, Saudade, ontvangt studioprijzen, concertsessies of zelfs de mogelijkheid om geboekt te worden.

4dec

Het Internationaal kortfilmfestival van Leuven

Van 1 tot 8 december vond in Leuven de 24ste editie van het International Kortfilmfestival plaats. Gedurende een week werden meer dan 200 kortfilms uit binnen- en buitenland in thematische compilaties samengebracht en voorgesteld aan een publiek van regisseurs, producteurs, distributeurs, festivalcuratoren én collega-acteurs.

Op zaterdag kon je zo onder meer ‘Blight’ met Adam Celik en Florence Janas in première zien gaan. Op zondag werden vooral het jonge filmpubliek bediend met workshops en compilaties van animatiekortfilms.

Het Kortfilmfestival Leuven krijgt de ondersteuning van PlayRight+ want het legt ieder jaar ook de nadruk op de grote rol die acteurs spelen in het genre. Zo kon je drie keer naar ‘Artist in Focus: Maaike Neuville’ gaan. Op dinsdag 4 december ging die focus zelfs gepaard gaan met een heuse Q&A, waarbij PlayRight+ van de partij was.

Op zaterdag 8 december was PlayRight+ aanwezig op de prijzenuitreiking. Want ook dit jaar werd er een aparte prijs uitgereikt voor de beste acteerprestatie in een kortfilm. En die prijs ging naar niemand minder dan Willeke Van Ammelrooy voor haar prachtige vertolking van Elvira in de kortfilm “In the Palace” van de jonge regisseur Nelson Polfliet. De jury prees de wijze waarop Van Ammelrooy zowel decennia aan filmervaring als frisse originaliteit toevoegt aan de film. Het was van het begin van haar carrière geleden dat ze nog in een kortfilm had gespeeld en ze nam haar prijs in ontvangst met de woorden: “Deze kleine rollen zijn vaak moeilijker dan de hoofdrol in een langspeelfilm”.

Nelson Polfliet & Willeke Van Ammelrooy

Naast Willeke werd ook nog de jonge Laime De Paep in de bloemetjes gezet voor haar rol in ‘Provence’ van Kato de Boeck, een film die met maar liefst 4 prijzen naar huis ging.

Bekijk de hele prijsuitreiking op de website van het Kortfilmfestival.

3dec

De jaarlijkse aanvullende vergoeding? Wat is dat?

In 2011 besliste Europa om de beschermingstermijn voor muziekopnames te verlengen van 50 naar 70 jaar. Een platenmaatschappij geniet zo van 20 jaar extra bescherming, en als muzikant met een artiestencontract geniet je 20 jaar langer van een royalty op de inkomsten. Maar dat is niet zo voor de sessiemuzikant die zijn rechten heeft overgedragen aan de platenmaatschappij voor een éénmalige forfaitaire vergoeding, of voor de muzikant die ooit uitgekocht is geweest via een eenmalige betaling door de producenten.

Is de overgang van 50 naar 70 jaar bescherming in dit geval correct?

70 voor de prijs van 50? Dat is een stevige korting… Omdat de Europese wetgever wilde dat de verlenging van de termijn in het voordeel van alle muzikanten zou werken, verplichtte ze de platenmaatschappijen om na het verstrijken van de termijn van 50 jaar hun inkomsten alsnog te delen met die muzikanten aan wie ze geen royalty-vergoeding betalen. Dit door jaarlijks 20% van de inkomsten uit die opnames (d.w.z. van de PPD) over te maken aan een voor deze  muzikanten representatieve collectieve beheersvennootschap.

In 2017 werd PlayRight aangesteld voor het innen en verdelen van deze jaarlijkse aanvullende vergoeding in België.

De jaarlijkse aanvullende vergoeding geldt voor alle opnames vanaf 1963. Heb je  meegespeeld op een opname uit de periode 1963-1967 en krijg je daar geen  royalty-vergoeding voor, controleer dan zeker zo snel mogelijk of die opnames in het PlayRight repertoire zitten. Als ze nog verkocht, gedownload of gestreamd worden, dan heb je voortaan namelijk recht op een deel van de inkomsten die daarmee worden gegenereerd.

Daarenboven is het zo dat de periode waarvoor de aanvullende vergoeding geïnd en betaald wordt, elk jaar met een jaar toeneemt. Bijvoorbeeld:

  • In 2019 zal voor het repertoire uit de periode 1963-1968 een aanvullende vergoeding afgerekend worden met de platenmaatschappijen,
  • In 2020 zal dan een aanvullende vergoeding afgerekend worden voor het repertoire uit de periode 1963-1969, etc.

Wij raden onze leden dan ook aan om zich niet te beperken tot de periode 1963-1967. Als je als muzikant actief was in de jaren ’60 en ’70, is het een goed idee om nu al na te kijken of jouw repertoire volledig werd aangegeven bij PlayRight. Een compleet repertoire is sowieso nodig om correct aanspraak te kunnen maken op alle inkomsten van de verschillende vergoedingsrechten die u toekomen, niet alleen de aanvullende vergoeding.

2018: Waar staan we nu?

Sinds de aanstelling van PlayRight als verantwoordelijke collectieve beheersvennootschap in België zijn wij hard aan het werk geweest om het innen van de aanvullende vergoeding te verwezenlijken. PlayRight is in gesprek met alle grote platenmaatschappijen in België en wij hopen in 2019 een eerste verdeling van de aanvullende vergoeding te kunnen realiseren.

28nov

Een gesprek met regisseur Guillaume Senez

Drie jaar na de release van de fenomenale film Keeper, is de Frans-Belgische regisseur, Guillaume Senez, terug met een nieuwe speelfilm, Our Battles. Hoewel de auteurscinema zijn eigen publiek heeft, houdt de regisseur zich niet in om zijn mening te uiten over het gebrek aan financiering en een niet-bestaand Belgische star system, wat acteurs en regisseurs niet ten goede komt.

Hoe ga je te werk bij het schrijven en kiezen van je personages of acteurs?

Ik schrijf niet voor specifieke acteurs, maar ik beslis dit achteraf, wanneer het schrijfproces achter de rug is. Ik werk samen met twee casting directors: één in Frankrijk en één in België. Zelfs als we alle financieringsmiddelen voor een film krijgen in België, is er nog steeds te weinig budget om op een comfortabele manier een film te maken, en iedereen die aan de film heeft meegewerkt correct en volgens wettelijke maatstaven te vergoeden. We zijn dus wel verplicht om te coproduceren.

Waar heeft u dan financiering gevonden?

Frans-Belg zijnde, heb ik me logischerwijs tot Frankrijk gericht voor Our Battles. Maar dat is een probleem als je een 100% Belgische cast wil. Voor mijn laatste speelfilm was het de bedoeling om alles te filmen in de regio Brussel. Ik had dus een twintigtal Belgische acteurs in gedachten, maar wegens een gebrek aan (financiële) steun uit die regio, hebben we alle filmopnames moeten laten doorgaan in Frankrijk. De Belgische acteurs haakten bijgevolg af. Dat is de realiteit van vandaag. Belgische regisseurs die bereid zijn om samen te werken met Belgische acteurs worden daar niet altijd in gesteund door de politieke instanties. Als regisseur is het dan een logische beslissing om een film op te nemen daar waar we wél financiële steun krijgen.

Dat is jammer, want er is heel wat talent in België. Bovendien ben ik bezig aan een kortfilm die deel zal uitmaken van vijf kortfilms die jonge, Belgische acteurs zullen promoten. De regisseurs zijn al bekend: Géraldine Doignon, Ann Sirot & Raphaël Balboni, Pablo Munoz Gomez, Laura Petrone & Guillaume Kerbusch, en ikzelf.

U gelooft dus niet in “Belgisch is het nieuwe cool”?

Natuurlijk geloof ik daar wel in! Maar het is een realiteit in de hele wereld, BEHALVE in België. Er bestaat geen star system in Franstalig België: een Franstalige Belgische acteur moet in Frankrijk als het ware tot ridder geslagen worden vooraleer hij in België wordt erkend. Er is een soort van Belgische anti-fierheid, die ons wel tot eer strekt, maar die ons tegelijkertijd op algemeen cultureel niveau sterk hindert, niet enkel op het niveau van film en cinema. Bovendien vermindert deze nederigheid onze zichtbaarheid enorm. Veel Belgische acteurs die in het vakgebied bekend zijn en erkend worden, zijn immers niet bekend bij het grote publiek. Daarom wilde de sector series creëren die worden ondersteund door onze publieke zenders, zoals La Trêve of Ennemi public. Dat is ook de reden waarom we de Margritte (filmprijs) hebben opgericht. Dit is duidelijk een vorm van zelf-erkenning die misschien verontrustend lijkt, terwijl die wel degelijk bestaat in ALLE andere landen. En het enige land ter wereld waarin de media spugen op die erkenning, is in België. Er is maar weinig goodwill vanuit onze media tegenover waar wij mee bezig zijn.

Was het gemakkelijker voor u om financiering te vinden voor uw projecten sinds de release van Keeper in 2016?

Nee, niet echt. Een auteursfilm maken blijft per definitie altijd moeilijk en zal altijd moeilijk te financieren blijven. Voor iedereen.

Zijn de acteurs waarmee u samenwerkt, volgens u, voldoende op de hoogte van hun rechten?

Ik denk dat er veel acteurs zijn die niet weten wat naburige rechten eigenlijk zijn. Over het algemeen heb ik de indruk dat de opleiding in de Belgische scholen niet goed genoeg is. Theater staat centraal in de opleiding van de toekomstige jonge acteurs, maar zij worden niet genoeg voorbereid op audiovisuele beroepen. Samen met een vriendin en actrice, Catherine Salée, geef ik vaak workshops aan studenten en jonge professionals die net van de schoolbanken komen. Dat is heel vaak een publiek die amper de mogelijkheid heeft gehad om voor een camera te acteren. Studenten hebben te weinig lessen waarbij ze voor de camera staan, noch nasynchronisatie-lessen, noch cursussen over de administratieve rompslomp van hun toekomstige beroep. Ze krijgen amper informatie over mogelijke werkloosheid, het statuut van artiesten, naburige rechten, etc. Deze jonge acteurs weten al te vaak niet hoe ze overkomen op beeld, en ze krijgen stress om voor een camera te staan. Kortom, ze worden maar weinig voorbereid op hoe het beroep van acteur er in werkelijkheid uitziet.

Voor wie zijn die workshops waarover je praat bedoeld?

Het zijn workshops georganiseerd door Brussels Cine Studio, geleid door Laura Petrone en Guillaume Kerbusch, en ze zijn hoofdzakelijk bedoeld voor jonge acteurs, net afgestudeerden, die zich geen beeld kunnen vormen van zichzelf en niet weten hoe ze voor een camera moeten staan. We hebben ook vaak acteurs die vooral actief zijn in theater, en zich wat ontredderd voelen wanneer ze worden gefilmd. Het idee hier is om de camera als het ware te temmen. In het voorjaar van 2019 zullen we een nieuwe, innovatieve workshop organiseren met vijf regisseurs en tien acteurs. Tijdens de voorbije workshops hebben Catherine Salée en ik beseft dat er een grote vraag is van jonge regisseurs die ook dergelijke cursussen willen volgen en die willen filmen. Daarom zullen we een driedelige aanpak voorstellen, waarbij twee acteurs een dag zullen samenwerken met een regisseur, en elke dag zullen de trio’s veranderen. Op die manier willen we een soort van ontmoeting creëren waarbij de jongeren filmen, experimenteren, op zoek gaan… Bovendien leren de regisseurs er met acteurs te werken, want vaak weten ze niet hoe ze met hen moeten omgaan en hebben ze vaak schrik. Hetzelfde geldt voor acteurs. Behalve experimenteren voor de camera, is ook de manier van omgaan met elkaar dus enorm belangrijk.

In een interview met de krant Le Soir zegt u dat u het artiestenstatuut heeft moeten opgeven voor een zelfstandig statuut. Waarom was dat?

Enkele jaren geleden begon de regering een ware heksenjacht op werklozen en, bijgevolg, op het artiestenstatuut. Sinds 2014 levert een koninklijk besluit betreffende de cumulatie van auteursrechten en het artiestenstatuut ons veel problemen op. Tegenwoordig zijn veel regisseurs verplicht om zelfstandig te worden, aangezien het RVA hen vraagt hun artiestenstatuut terug te betalen vanaf het moment waarop ze te veel auteursrechten hebben ontvangen. Er is echter een enorme kloof tussen de auteursrechten die een regisseur verzamelt en wat hij moet verdienen als zelfstandige op jaarbasis. Om zelfstandig te zijn, is er jaarlijks een bepaald minimum nodig om het hoofd boven water te kunnen houden, maar tussen dit minimum en de limiet die werd opgelegd door de cumulatie van rechten, is er een no man’s land waarin de overgrote meerderheid van Belgische regisseurs en artiesten zich bevinden. Op dit moment zijn we bijna allemaal verplicht om zelfstandig te worden. En op een gegeven moment zullen al deze regisseurs films moeten maken om niet failliet te gaan, wat volledig in tegenspraak is met de hele essentie van kunstenaar zijn, namelijk kunst maken omdat we nood en zin hebben om iets te creëren. Maar nu worden we in een positie geplaatst die ons bijna verplicht om films te maken voor de verkeerde redenen, namelijk om te kunnen overleven. Dat betekent dat we elke twee à drie jaar een nieuwe speelfilm moeten opnemen. Maar wie gaat dit financieren? Het Centre du Cinéma van de Federatie Wallonië-Brussel heeft al te veel projecten. Om nog maar te zwijgen over het gevaar dat films steeds meer op een consensuele en conventionele wijze worden gemaakt om aan de commerciële criteria te voldoen.  Dat is hoe creativiteit en de auteurscinema de das worden omgedaan.

Wat doet u zelf om hiertegen te vechten?

Ik ben bestuurder bij ARRF (Vereniging van Franstalige Regisseurs in België), en een van de dingen waar we momenteel mee bezig zijn is het sensibiliseren van de politieke instanties om veranderingen in gang te zetten. Vandaag de dag is kunstenaar zijn een dagelijkse strijd. Dus ik strijd mijn oorlog.

Welk advies zou je geven aan de jonge generatie acteurs?

Volhouden, net zoals de regisseurs. Er zijn er velen die zich geroepen voelen en maar weinigen die uitverkoren zijn. Het is jammer dat ik het moet zeggen maar vaak is het niet talent dat telt, maar vastberadenheid. Degenen die erin slagen bekendheid te verwerven, zijn zij die dat het meest willen, zij die rake klappen kunnen opvangen en altijd blijven doorgaan, ondanks tegenslagen. We moeten er dus in blijven geloven. Het is een beroep waarbij we volledig afhangen van wat anderen willen, en eigenlijk moeten we proberen zélf dat verlangen te creëren. Als je acteur bent en je wordt niet opgebeld, moet je ZELF iets doen: je eigen bedrijf oprichten, een show op poten zetten, etc. Als je niet wordt gekozen voor een film, schrijf dan zelf je eigen film en creëer je eigen rol. Krijg je geen rol in het theater, maak je eigen theaterstuk. Ik snap wel dat dit niet in de aard ligt van iedereen, maar het is een advies dat ik zou geven. Werk brengt werk met zich mee, en we moeten erin blijven geloven, vastberaden zijn, en onze dromen realiseren.

26nov

Visum, statuut, kunstenaarskaart, artikel 1 bis: wat de Commissie Kunstenaars voor u betekent 

Kunstenaarskaarten, visa, artikel 1 bis of zelfstandigheidsverklaringen… Wat doet de Commissie Kunstenaars? Wat is haar missie? Waarvoor kan ik er als uitvoerende kunstenaar beroep op doen?

Fernand De Vliegher, intussen reeds tien jaar Voorzitter van de Commissie, trad toe tot de Commissie Kunstenaars toen die enkel nog maar aanvragen voor zelfstandige activiteiten behandelde:

“In het begin bestond de Commissie slechts uit de vertegenwoordigers van de drie ministeries, een tweetalige president en een jurist.”

Tegenwoordig is de Commissie Kunstenaars, bestaande uit een Franstalige en een Nederlandstalige kamer, veel groter. Ten eerste werd ze uitgebreid met leden van de vakbonden en de artistieke sector, alsook met twee vertegenwoordigers van PlayRight, Ioan Kaes en Joelle Dagry. Ten tweede is de Commissie nu ook verantwoordelijk voor het uitgeven van artiestenvisa en zelfstandigheidsverklaringen aan diegenen die artistieke prestaties leveren. Bovendien is het ook de Commissie die kunstenaarskaarten toewijst. Deze kaart stelt kunstenaars in staat gebruik te maken van de kleine vergoedingsregeling (KVR).

Sinds de hervorming van het sociale statuut van artiesten in 2014, heeft de Commissie Kunstenaars ook de opdracht gekregen om artiesten te informeren over hun rechten en plichten met betrekking tot hun statuut als werknemer in loondienst en/of zelfstandige. Tot slot komt de Commissie ook tussenbeide om advies te geven over wetsvoorstellen en decreten. Tijdens een gesprek vertelden Fernand De Vliegher (Voorzitter) en Sabrine Amraoui (administratief deskundige) ons hier meer over.

De Commissie Kunstenaars en haar samenstelling zijn de afgelopen jaren aanzienlijk geëvolueerd. Was dit een van uw wensen als voorzitter en/of op verzoek van de instellingen waarvan u afhankelijk bent?

Fernand De Vliegher: De Commissie uitbreiden was een essentiële stap zodat de leden van de Commissie hun aanbevelingen kunnen doen over het artistieke (of juist niet) karakter van een activiteit. De organisatie van de huidige Commissie is een pluspunt. Ik zou zelfs durven zeggen dat ik er niets zou op tegen hebben mocht die worden uitgebreid met andere leden uit verschillende activiteiten of andere artistieke sectoren. Dit kan alleen maar voordelig zijn, en uiteindelijk kan het alleen maar iets goeds opleveren voor de verschillende types kunstenaars die verzoeken indienen.

In 2014, het jaar waarin de Commissie in haar huidige vorm werd opgericht, waren we slechts met twee, hadden we geen lokalen, geen secretariaat, helemaal niets. We wezen er de verantwoordelijken meerdere malen op aan dat dit moest worden verholpen, omdat we letterlijk verdronken in de aanvragen, die we niet tijdig konden verwerken, en bijgevolg stapelden de dossiers zich op. Plots maakten ze na twee jaar eindelijk de klik en slaagden we erin een goed werkend secretariaat te vormen. Er werd een structuur gevormd die er eerder niet was, en die structuur moest 3000 openstaande aanvragen in behandeling nemen.

Sabrine Amraoui: Je moet ook weten dat, vooraleer er een secretariaat was, er al meer dan 3.000 aanvragen in de wacht stonden. Er bestond echter een leegte voor het beheer van die aanvragen: geen modelkaart, geen formulier om een aanvraag in te dienen, niets. Bijgevolg was het begin erg moeilijk. Iedereen wou deze Commissie creëren, maar koninklijke besluiten – waar wij volledig van afhankelijk zijn – waren er niet.

Kan u kort even de werking van de Commissie Kunstenaars uitleggen?

Fernand De Vliegher:  De Commissie Kunstenaars komt wekelijks bijeen, afwisselend tussen de twee kamers van de Commissie, om aanvragen voor kunstenaarskaarten, visa, of zelfstandigheidsaanvragen te verwerken. Alle dossiers worden vóór elke vergadering voorbereid en doorgestuurd naar de leden, en vervolgens worden deze in de Commissie bestudeerd. Het zijn de leden die beslissen; ik breng de verzoeken aan en leg ze uit, en geef mijn mening, en samen bespreken we alles. De Commissie bestaat noodzakelijkerwijs uit de vertegenwoordigers van de vakbonden, de RVA, het RSVZ en het RSZ, alsook uit vertegenwoordigers uit de zakelijke en artistieke sector. Een zitting kan niet doorgaan als er geen lid (feitelijk of plaatsvervangend) uit elke sector aanwezig is.

Op die manier zijn er vergaderingen per kamer (dus per taal), plenaire vergaderingen en, parallel daarmee, proberen we ons zo goed mogelijk te informeren en te verdiepen in de professionele artistieke wereld en haar werking. Persoonlijk hoop ik dat deze Commissie wordt beschouwd als een platform voor artiesten, zodat, wanneer ze geconfronteerd worden met zeer specifieke problemen, deze worden aangekaart binnen de Commissie, of het nu gaat om arbeidsovereenkomsten of iets anders. Hoe meer informatie we hebben over de praktische problemen waarmee artiesten worden geconfronteerd tijdens hun activiteiten, hoe meer we dit onder de aandacht kunnen brengen van de relevante instellingen, via onze beschikbare kanalen.

U zei dat u volledig openstaat om nieuwe leden in de Commissie Kunstenaars te introduceren. Kan u daar wat meer over vertellen?

Fernand De Vliegher: Daar hebben we geen grip op, aangezien het een interventie van het ministerie vereist via nieuwe koninklijke besluiten die moeten worden opgesteld. We moeten dus het huishoudelijk reglement wijzigen, dat moet worden goedgekeurd door drie ministers (momenteel Kris Peeters, Denis Ducarme en Maggie De Block). Het is dus niet zo eenvoudig. Persoonlijk ben ik voorstander van een uitbreiding van de Commissie, maar ik kan dat niet op eigen initiatief doen.

Sabrine Amraoui: En wat de benoemingen en aftredingen van leden betreft, wanneer een lid ontslag neemt of benoemd wenst te worden, moet dit ook verplicht via een koninklijk besluit passeren.

Hoe zit het met de kunstenaarskaart, het visum of de zelfstandigheidsverklaring? Wat zijn de verschillen? Voor welke artiest is elk model bedoeld?

Sabrine Amraoui: De kaart heeft betrekking op kleinschalige activiteiten die beperkt zijn in tijd. Met de kaart wordt het bedrag van de vergoeding voor de artiest gelimiteerd tot €126,71  per dag per opdrachtgever, tot €2.534,11 per kalenderjaar. Bovendien geldt een maximum van 30 prestaties per jaar, en mag er niet meer dan zeven opeenvolgende dagen voor eenzelfde opdrachtgever gewerkt worden. Hiermee kan iemand die een artistieke activiteit uitoefent naast een andere activiteit of bovenop de werkloosheid, dit doen terwijl hij of zij maatschappelijk volledig in orde is. Voor deze activiteiten is er geen bijdrage of belasting verschuldigd, en de kaart geeft geen recht op sociale zekerheid. Opgelet, het is niet mogelijk om een werkloosheidsuitkering eenzelfde dag te combineren met de kleine vergoedingsregeling (KVR) (de stempelkaart moet zwart gekleurd worden wanneer de kunstenaar een activiteit uitvoert onder de KVR). Kortom, artiesten kunnen niet leven van hun activiteiten met een kunstenaarskaart. Helaas hebben we gemerkt dat veel werkgevers aandringen op het gebruik van deze kaart, wat zeer gunstig is voor hen, aangezien de werkgever wel is gedekt in het geval van controle, maar de artiest niet.

Fernand De Vliegher : Ons grootste probleem is dat dossiers vaak incompleet zijn, omdat een artiest genoegen neemt met het louter benoemen van het type van zijn activiteit, zoals bijvoorbeeld ‘fotograaf’, ‘muzikant’. In 2017 ontvingen we meer dan 13.000 aanvragen voor kunstenaarskaarten. Door het grote aantal aanvragen dat moet worden verwerkt, worden onvolledige verzoeken afgewezen. Het is daarom van essentieel belang om vanaf het begin van de aanvraag een compleet dossier aan te leveren, aan te geven om welke soort activiteit het gaat en om niet gewoon algemene benamingen te geven, anders kan de Commissie niet anders dan elke onvolledige aanvraag te weigeren.

Sabrine Amraoui: Het visum komt tegemoet aan een problematiek binnen het terrein van de artiesten. Het werd gecreëerd voor artiesten die een activiteit als artiest uitvoeren en geen arbeidscontract hebben, omdat een of meerdere elementen ontbreken die noodzakelijk zijn voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst (prestatie, loon, verhouding van ondergeschiktheid). Vaak is er een gebrek aan een verhouding van ondergeschiktheid tussen de artiest en zijn opdrachtgever. Maar als reactie op die problematiek binnen de artistieke sector, hebben we dit visum gecreëerd zodat artiesten ook de mogelijkheid krijgen om als werknemer te kunnen genieten van sociale zekerheid.

Het artiestenvisum is dus veel ruimer. We vragen heel wat bijkomende informatie, we vragen de artiesten om ons te informeren over hun activiteiten, hun ervaring, etc. Indien we menen dat de aanvraag niet duidelijk genoeg is, stellen we de artiest hiervan schriftelijk op de hoogte, en kan hij/zij ons de aanvullende informatie toesturen of dit persoonlijk aan de Commissie komen uitleggen als die hem of haar oproept. Dit visum is vijf jaar geldig en kan worden verlengd door een nieuwe aanvraag in te dienen.

Het artistieke karakter van bepaalde activiteiten ligt niet altijd voor de hand. Hoe bepaal je de natuur van een artistieke activiteit?

Fernand De Vliegher:  We bekijken alles afzonderlijk, geval per geval. Juridisch gezien definieert artikel 1 bis van de wet van 27 juni 1969 de activiteitensector, maar die is heel ruim. Dat gezegd zijnde, ik ben erg tegen een té beperkende definitie van artistieke activiteiten, want dit kan onze werking hinderen. Laten we een activiteit nemen die zo’n twintig jaar geleden niet als artistieke activiteit werd beschouwd, maar vandaag wel: graffitikunstenaar. Tegenwoordig wordt graffiti in musea tentoongesteld, terwijl het twintig jaar geleden afkeurend werd beschouwd als vandalisme.

We moeten ons laten leiden door de huidige activiteiten, en in deze context spelen de leden van de Commissie een belangrijke rol. We hebben, bijvoorbeeld, een persoon die in de Munt werkt, en met wie we lange gesprekken hebben gevoerd over het geval van scenografen. Deze persoon liet ons toe een begeleide rondleiding te volgen in de Munt, om het werk achter de schermen te zien, het werk van de visagisten, naaisters, etc.

De leden van de Commissie hebben echt een belangrijke meerwaarde. Dat is de reden waarom ik niet voor een strikte definitie te vinden ben.

Betreffende de interpretatieve nota van de RVA, wat is de rol die de Commissie hierbij kan spelen?

Fernand De Vliegher: Deze nota werd zowel door de leden van de Commissie als de artiesten zelf gerapporteerd. Langs onze kant hebben we die gemeld aan de Nationale Arbeidsraad (NAR) en hebben we ook een brief gestuurd naar de RVA. Hun antwoord: dit was geen initiatief van de RVA, maar deze nota beantwoordde aan een realiteit in de sector. De antwoorden blijven kort. Onze rol bestaat erin om de aandacht te vestigen op de problemen waarmee artiesten momenteel af te rekenen krijgen (in dit geval betreffende de nota), maar daarnaast moeten we beseffen dat we niet veel kunnen doen.

We hebben het gevoel, en anderen helaas ook, dat er zeer weinig belangstelling is voor kunstenaars. Zeggen dat de budgetten het niet toestaan, is een vergissing. We weten dat investeren in cultuur snel een return on investment mogelijk maakt. We constateren echter een steeds grotere vermindering van de toegewezen middelen. Laten we ook niet vergeten dat de Commissie Kunstenaars een federale bevoegdheid is, terwijl het cultuurbeleid van regio tot regio verschillend is. Ieder heeft zijn eigen visie en dat is voor mij een fundamentele fout. Het zou enorm nuttig zijn mochten de regionale entiteiten tot een akkoord komen, want het gebrek daaraan is juist datgene dat een evenwichtige en correct gesubsidieerde cultuur verhindert.

Wat zijn de toekomstige projecten en prioriteiten voor de Commissie Kunstenaars?

Fernand De Vliegher : Voor ons is de prioriteit momenteel de evolutie van het statuut voor artiesten, aangezien dit statuut invloed heeft en zal hebben op de Commissie Kunstenaars, ook al werden we nog niet uitgenodigd voor een gesprek bij de relevante instellingen. Wij vinden dat de overheid de Commissie Kunstenaars niet goed kent. We zijn als het ware een tussenpersoon tussen de artiesten en de ministeries, en zijn in contact met deze twee “branches”. Artiesten zijn zich niet noodzakelijkerwijs bewust van het concrete werk dat de Commissie Kunstenaars uitvoert. Het is onze bedoeling om betrokken te zijn bij het proces gerelateerd aan het artiestenstatuut, zonder dat daar al te veel middelen voor nodig zijn. Wat arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur of voor een bepaald werk betreft, zouden men ook kunnen onderzoeken hoe bepaalde kleine activiteiten kunnen worden gesubsidieerd. Er is genoeg te doen, en we hebben de nodige ‘wapens’ om uiteindelijk een statuut te kunnen bepalen.

Anderzijds werkt de Commissie Kunstenaars ook aan een project om onze communicatiemiddelen te moderniseren, om de informatie over kunstenaarskaarten en het visum te centraliseren, etc. Dit is een grote klus die moet worden geklaard.

  • Email van de Commissie :
  • Adress: Finance Towern Kruidtuinlaan 50 bus 100, Brussel 1000
  • Website : https://socialsecurity.belgium.be/nl/kunstenaarsstatuut 
19nov

Verdelingskalender: overzicht van de uitbetaling van rechten voor artiesten in 2019

De verdelingskalender voor 2019 is er: er zullen zes verdelingen gebeuren van rechten geïnd op het Belgisch grondgebied en in het buitenland in 2019, waaronder twee afsluitende verdelingen.

  • Februari 2019: verdeling van rechten geïnd in het buitenland;
  • Mei 2019: afsluitende verdeling voor muziekrechten 2015;
  • Juli 2019: afsluitende verdeling voor audiovisuele rechten 2011-2012;
  • Augustus 2019: verdeling van rechten geïnd in het buitenland;
  • Oktober 2019: eerste verdeling van audiovisuele rechten 2016;
  • November 2019: eerste verdeling van muziekrechten 2018.

DEADLINES

31/12/2019:

  • Audiovisueel: aangifte opnames voor het referentiejaar 2013;
  • Muziek: aangifte opnames voor het referentiejaar 2016.

Dit is een voorlopige kalender en kan gewijzigd worden in de toekomst. Indien dit het geval is, zal PlayRight de aangesloten artiesten hiervan op de hoogte brengen.

FAQs

Deze kalender is voorlopig en kan onderhevig zijn aan wijzigingen. In geval van wijzigingen brengt PlayRight jullie op de hoogte.

15nov

Nieuwe wetgeving voor de audiovisuele sector

Met unanimiteit goedgekeurd in het Parlement: op 14/11/2018 werd een nieuwe wet gestemd in verband met de wetgeving voor de audiovisuele sector. De wet kwam er op initiatief van Minister Kris Peeters en voorziet enerzijds in bijkomende verplichtingen voor de distributeurs van televisiepakketten en anderzijds in een aanpassing van de billijke vergoeding voor audiovisuele prestaties. Met deze twee grote wijzigingen wordt de audiovisuele sector in België grondig hertekend.

 

De keuze voor rechtszekerheid.

Met een aparte regeling voor de mededeling aan het publiek via directe injectie wordt een einde gemaakt aan een discussie die al meer dan een decennia aansleept en zet de wet in op rechtszekerheid.

Directe injectie is een moderne techniek die gebruikt wordt door zenders om hun programma-signalen tot bij distributeurs van televisiepakketten (Telenet, Proximus, Orange, Steevie, etc.) te krijgen. Als consument merk je hier niets van, maar de techniek zorgt alle jaren voor onzekerheid.

Bij traditionele kabeldoorgifte voorziet de omroep nog in een eigen uitzending (via satelliet), die door de distributeurs wordt opgevangen om vervolgens in hun kabelnetwerk te worden geïnjecteerd. Kabeldistributeurs stelden zich in de begindagen als het ware op als piraten die (gratis) signalen uit de lucht plukten om aan hun klanten door te verkopen. Begin jaren ’90 werd daarom voorzien in een wettelijke verplichting voor de distributeurs om de inkomsten die ze halen uit het doorverkopen van de signalen te delen met de omroepen en andere rechthebbenden. Voor het vergoeden van die laatste (auteurs, producenten en uitvoerende kunstenaars), geldt de verplichting van het collectief beheer.

De rechtszekerheid die werd voorzien zorgde voor een betere samenwerking tussen distributeurs en omroepen, in die mate dat sommige zenders hun signalen zelfs rechtstreeks zouden aanleveren. Dit door gebruik te maken van de techniek van de directe injectie. Distributeurs plukken de signalen niet langer uit de lucht, maar krijgen ze rechtstreeks aangeleverd van de omroepen via een directe (kabel)lijn. Sommige omroepen zijn zelfs zo ver gegaan dat ze stopten met het zelf uitzenden van hun signalen, maar enkel nog vertrouwen op de distributeurs om hun uitzendingen bij de kijkers te krijgen.

En dat was voor bepaalde distributeurs reden om te stellen dat er niet langer sprake is van een kabeldoorgifte. Er zou in dat geval geen doorgifte meer zijn van een uitzending, maar van een uitzending via het netwerk van de distributeur. De distributeur is dan niet langer doorgever, maar enkel leverancier van een uitzend-infrastructuur.

De discussie is meer dan technisch, want wanneer de activiteit van de distributeur niet als een kabeldoorgifte wordt beschouwd, dan geldt de wettelijke verplichting om auteurs, producenten en uitvoerende kunstenaars te vergoeden via het collectief beheer niet langer. Omroepen beschikken immers over het recht om uit te zenden en zijn bijgevolg de enige die moeten vergoed worden. Er werd dan ook geweigerd om de andere rechthebbenden nog een eigen vergoeding te betalen, hetgeen aanleiding gaf tot oeverloze discussies en lange en uitputtende procedures.

De wet van 14 november 2018 maakt nu een einde aan dat tijdperk. De wet erkent dat er in geval van directe injectie sprake is van één mededeling aan het publiek die door de omroep en de distributeur gezamelijk wordt uitgevoerd. Maar, de wet benadrukt dat beide partijen een aparte economische activiteit verrichten en verplicht omroep én distributeur om auteurs, uitvoerende kunstenaars én producenten te vergoeden voor hun aandeel in de uitzending via directe injectie.

Om die vergoeding in goede banen te leiden, heeft de wet zich laten inspireren op de regeling die in 2014 werd ingevoerd voor de doorgifte via de kabel en die net tot doel had om een correcte verdeling van de vergoeding over de verschillende rechthebbenden te garanderen. Dit door voor auteurs en uitvoerende kunstenaars een niet-overdraagbaar recht op vergoeding te introduceren waarvoor bovendien het collectief beheer verplicht is.

Voor de uitzending via directe injectie wordt nu een gelijkaardig vergoedingsrecht toegekend aan auteurs en uitvoerende kunstenaars. Gelijkaardig in die zin dat het een niet-overdraagbaar recht betreft waarvoor het collectief beheer verplicht wordt en dat de wet benadrukt dat iedere categorie van rechthebbenden de vergoeding via haar eigen collectief beheer moet innen. De wet gaat zelfs nog een stap verder in de bescherming van de uitvoerende kunstenaars, in die zin dat het recht op vergoeding niet enkel ten aanzien van de distributeur geldt, maar ook ten aanzien van de omroep.

Als acteur of muzikant moet je je dus geen zorgen maken over het contract dat je tekent. Het recht om vergoed te worden voor de uitzending via direct injectie kan je niet overdragen aan een producent, ongeacht of dat een onafhankelijke producent of de omroep zelf is.

Geen parallel.

De tweede grote wijziging die wordt doorgevoerd is de aanpassing van de billijke vergoeding voor audiovisuele prestaties, of beter: de afschaffing ervan.

Ook dit was een discussie die al bijzonder lang aansleepte. Voor uitvoerende kunstenaars geldt al sinds 1994 het principe van de billijke vergoeding voor wat betreft de uitzending . Dat komt erop neer dat een omroep aan muzikanten of acteurs geen toestemming moet vragen om diens prestaties uit te zenden, maar dat er wel een vergoeding moet worden betaald. Die verplichting geldt bovendien ook voor zij die op een secundaire manier muziek gebruiken (winkels, restaurants, evenements, etc).  Voor muziek is het een Europese verplichting en bestaan er al jaren tarieven. Voor audiovisuele prestaties is dit een Belgische keuze, maar bleek het alsnog onmogelijk om tot tarieven te komen.

In 2014 bevestigde de wetgever nog de keuze voor de billijke vergoeding voor audiovisuele prestaties en werd er voorzien in een nieuw systeem om makkelijker tot tarieven te komen. Van dit nieuwe systeem werd gebruik gemaakt om de tarieven voor muziek te vernieuwen, maar voor het audiovisuele gedeelte bleek het water toch nog te diep. De wetgever hakt nu de knoop door en beperkt de billijke vergoeding voortaan tot muziekopnames.

Als acteur krijg je voortaan een exclusief recht voor de uitzending door de omroep, maar – mede door de werking van het vermoeden van overdracht – zal je zelden in de situatie komen waarin je op basis van dit recht een vergoeding van een omroep zal kunnen vorderen. Het is de producent die vergoed wordt door de omroep en het contract met die producent bepaalt wat jouw aandeel zal zijn.

Behalve dan in het geval dat de omroep beslist om uit te zenden via directe injectie. In dat geval krijg je immers wel een niet-overdraagbaar recht op vergoeding dat je – via het collectief beheer – rechtstreeks ten aanzien van de omroep kan laten gelden.

Nieuwe techniek, betere rechten.

Ondanks het feit dat PlayRight de mening is aangedaan dat het niveau van bescherming van uitvoerende kunstenaars niet mag afhangen van de gebruikte techniek, zijn we bijzonder verheugd dat voor de moderne techniek van directe injectie werd gekozen voor een hogere bescherming voor muzikanten en acteurs. Met steeds meer zenders die overschakelen op directe injectie, lijkt het nieuwe evenwicht toekomstgericht te zijn.

De wet van 14 november 2018 is het resultaat van de verenigde krachten van auteurs, producenten en uitvoerende kunstenaars en kan dus rekenen op een brede steun binnen de sector. PlayRight rekent er daarom op dat de uitvoerende kunstenaars in België vanaf 2019 hun rechten ook daadwerkelijk zullen kunnen laten gelden.

Met 130 stemmen voor en slechts 0 stemmen tegen, heeft de Minister bovendien de nodige politieke steun om deze Belgische oplossing in de komende maanden te verdedigen op het Europese niveau waar er ook wordt gezocht naar een evenwichtige oplossing voor de directe injectie.

6nov

10 tips om je opnames gemakkelijk aan te geven

Je repertoire aangeven, de PlayRight playlist, de online portal, voor velen klinkt dit misschien vrij ingewikkeld en onbekend.

Het is echter belangrijk dat je even de tijd neemt om jouw opnames online te registreren, want die leveren je namelijk rechten (en dus geld) op!
Om het jou gemakkelijk te maken, zetten wij even de belangrijkste zaken op een rijtje:

1. Meld je aan via de knop PlayRight portal. Log in met je e-mailadres en je paswoord.

2. Kies het type opname van je artistieke prestatie

  • Muziek: klassieke of niet-klassieke opname
  • Audiovisueel (niet-muzikale artistieke prestatie als acteur in audiovisuele opname)
  • Dubbing en post-synchronisatie (stemopname, voice-over, etc.)
  • Muziek in audiovisueel (artistieke prestatie als muzikant in audiovisuele opname)

3. Klik op ‘Aangifte toevoegen’.

Een formulier wordt geopend en dan kan je alle informatie toevoegen.

4. Je aangifte valideren

Zodra de informatie is ingevuld, klik je op “Opslaan” om je aangifte te bevestigen. Dit zal worden toegevoegd aan je repertoire.

@Muzikanten: indien je het volledige album wil aangeven, kan je alle gevraagde informatie een eerste keer invullen op het formulier, en dan klikken op “Bewaar en kopieer”: met deze optie kan je de ingevulde gegevens kopiëren en plakken, zodat je het niet opnieuw moet doen voor alle nummers op eenzelfde album. Het enige veld dat je met deze optie nog hoeft in te vullen, is de titel. Zodra alle titels zijn ingevoerd, klik je op “valideren”.

5. Bijdragen aan te geven in je portal?

Vergeet zeker niet te kijken op je online portal of je eventueel bijdragen hebt aan te geven. Dit zijn opnames die PlayRight op basis van research aan je repertoire heeft toegevoegd, maar die dus nog niet door jou zijn aangegeven. Het is belangrijk dat je deze bijdragen zelf aangeeft, vóor de deadline verstrekt.

6.  Muzikanten: gebruik de PlayRight Playlist om je muziekopnames aan te geven.

Om jouw rechten voor het Belgisch grondgebied te berekenen, baseert PlayRight zich op de speellijsten van de Belgische radiozenders en de verkooplijsten van Ultratop. Deze playlists kan je via de   PlayRight Portal terugvinden via het menu PlayList, en op die manier kan jij je opnames super gemakkelijk en snel aangeven!

7. Respecteer de deadlines!

Elk jaar legt PlayRight een deadline vast om je repertoire aan te geven. Na aangifte van je repertoire identificeren wij je prestaties op speellijsten in België en het buitenland. Op die manier worden de rechten die jou toebehoren voor jou ingezameld, verwerkt en verdeeld.

De volgende deadline is 31 december 2018 voor:

  • muziekopnames die uitgezonden, geëxploiteerd en/of verkocht werden in 2015;
  • audiovisuele opnames die uitgezonden geëxploiteerd en/of verkocht werden in 2011 en 2012.

8.  Geen aangifte = geen rechten.

Voor de afsluitende verdelingen die volgend jaar worden uitgevoerd, houdt PlayRight enkel rekening met de aangiftes die voor de deadline (31 december 2018) werden ingediend. Geef je daarna je opnames aan, dan zullen die voor de betrokken referentiejaren die volgend jaar verdeeld worden geen rechten genereren.

Dit betekent echter niet dat ze voor volgende referentiejaren die nog niet werden afgesloten geen rechten zullen opleveren. Het blijft dus belangrijk te allen tijde je opnames aan te geven via de PlayRight Portal.

9. Hou onze verdelingskalender in de gaten.

Via de homepage van onze website kan je gemakkelijk de verdelingskalender raadplegen per referentiejaar. Zo weet je wanneer welke verdelingen worden uitgevoerd, en kan je op tijd je repertoire aangeven.

10.  Contacteer je account manager voor hulp.

Heb je toch nog twijfels of vragen? Dan kan je altijd bij jouw account manager terecht. Wie je account manager is, alsook zijn/haar gegevens, kan je via je online dossier raadplegen.

Hou er rekening mee dat de kantoren van PlayRight zullen gesloten zijn van 21 december 2018 tot en met 1 januari 2019.