15jun

Blik op PlayRight+

PlayRight+ is het sociaal, cultureel en educatief departement van PlayRight. Twee jaar geleden werd het in het leven geroepen ter ondersteuning van de uitvoerende kunstenaar en ter verdediging van diens belangen binnen de artistieke sector.

Binnen haar kort bestaan, heeft PlayRight+ zich met zeer diverse acties getoond: informatieverstrekking, opvolging van wetgeving, vertegenwoordiging van de uitvoerende kunstenaar ten aanzien van de politieke instellingen, ondersteuning aan projecten die de uitvoerende kunstenaar centraal stellen, etc.

Na onze AV bieden wij u een « Focus op PlayRight+ » met een voorsteling van het departement door Ioan KAES, onze adviseur voor PlayRight+, aangevuld met enkele getuigenissen van organisaties die reeds konden rekenen op de ondersteuning door Playright+. Volgende sprekers blikken terug op hun eigen ervaring met PlayRight+ :

U wordt verwacht in de Beursschouwburg (A.Ortsstraat 20-28, 1000 Brussel) op maandag 19 juni vanaf 17u. De inkom is gratis. Iedereen is welkom. Gelieve wel uw aanwezigheid te bevestigen door een mailtje te sturen naar . Na het evenement zal er nog een drink volgen.

2jun

Een nieuwe wet op het collectief beheer ?

Gisteren werd in de Kamer een wetsontwerp goedgekeurd waarmee een Europese richtlijn uit 2014 wordt omgezet naar Belgisch recht. Het betreft de richtlijn collectief beheer die als doelstelling heeft om alle beheersvennootschappen in Europa op eenzelfde niveau van transparantie te krijgen. Transparantie voor wat betreft de organisatiestructuur en transparantie over de financiën.

Kris Peeters, Federaal Minister van Economie, Consumenten en Werk

En dat is een goede zaak. De technologishe revolutie waar we allen getuige van zijn, heeft ervoor gezorgd dat het gebruik van artistieke content (in al haar vormen) steeds vluchtiger en minder controleerbaar wordt voor de individuele rechthebbende. Binnen een dergelijke context wint het collectief beheer aan belang. Een groot deel van de richtlijn gaat bijvoorbeeld specifiek over de rol van het collectief beheer binnen de markt van muziekstreamingdiensten. Alhoewel voorlopig beperkt tot de auteursrechten, is het een duidelijke keuze van de Europese wetgever om het collectief beheer een grotere verantwoordelijkheid te geven. Maar aan die grotere verantwoordelijkheid koppelt de richtlijn terecht strenge regels inzake transparantie en organisatie. De positie van houders van auteursrechten en naburige rechten ten aanzien van het collectief beheer wordt versterkt en ook de overheid wordt verplicht tot toezicht. En deze regels zijn voor alle beheersvennootschappen dezelfde. Van Stockholm tot Lissabon, van Dublin tot Bucharest.

Wat betekent dit voor België? In ons land staan maar liefst 26 organisaties op één of andere wijze in voor het beheer van auteursrechten of naburige rechten. Hun belang wordt al decennia lang erkend door de wetgever. Sinds 1994 bevat onze wet op het auteursrecht specifieke regels voor het collectief beheer en wordt de sector gecontroleerd door haar eigenste Controledienst. In 2009 werden deze regels verstrengd en werden de bevoegdheden van die Controledienst danig uitgebreid. Het Belgisch model was daardoor een grote bron van inspiratie voor de richtlijn uit 2014.

Desondanks liggen de nieuwe voorwaarden die Europa oplegt nog steeds lager dan diegene waar Belgische vennootschappen reeds aan moeten voldoen. Rechthebbenden genieten hier nog steeds van de beste garanties op een correct en transparant collectief beheer. Voor de Belgische beheersvennootschappen, waaronder PlayRight, verandert er dan ook weinig tot niets. De enige echte aanpassing die diende doorgevoerd te worden, betreft de termijn binnen dewelke beheersvennootschappen geïnde rechten moeten uitbetalen aan rechthebbenden. Daar waar deze termijn tot op heden 24 maanden bedroeg, zal dit voortaan binnen de 9 maanden moeten. Het valt te bezien hoe de beheersvennootschappen de huidige kwaliteit in verdeling gaan kunnen behouden, indien ze de snelheid van hun werking danig gaan moeten optrekken.

Voor wat betreft de muziekrechten zit PlayRight reeds enkele jaren op schema door binnen die termijn steeds de eerste verdeling op te starten. Dit kan door de aankoop van kwalitatieve informatie over de officiële verkoop van muziek (fysiek, download en streaming), alsook het gebruik ervan door radiozenders.  Binnen de audiovisuele wereld zijn kwalitatieve gegevens echter niet op korte termijn beschikbaar en is een enigszins correcte verdeling binnen de 9 maanden nog een utopie.

De vraag is dan ook of de overheid de controle op het respecteren van deze termijn gaat koppelen aan een uitbreiding van mogelijkheden van het collectief beheer om informatie op te vragen bij de gebruikers?

PlayRight bedankt ondertussen haar 13.000 aangesloten voor het vertrouwen in de transparante werking van hun organisatie.

24mei

Algemene Vergadering 2017 : wat te verwachten ?

Zoals elk jaar organiseert PlayRight zijn Algemene Vergadering. De uitvoerende kunstenaars die vennoot zijn van PlayRight werden al uitgenodigd om op 19 juni e.k. naar de Beursschouwburg (Auguste Ortsstraat 20-28 in 1000 Brussel) te komen.

Algemene Vergadering 2016

Hoe kunnen vennoten deelnemen aan de Algemene Vergadering ?

De vennoot moet via de online portal zijn komst bevestigen als hij wenst deel te nemen. In het andere geval kan hij een volmacht geven aan een andere vennoot van de groep waarvan hij deel uitmaakt (Muziek, of Dramatische Kunst & Dans), of aangeven dat hij niet zal deelnemen aan de Algemene Vergadering. De tool is sinds vrijdag 19 mei online beschikbaar (linkerluik van de portal) De vennoten kunnen tot 11 juni middernacht hun keuze doorgeven.

De jaarlijks terugkerende Algemene Vergadering van PlayRight nodigt haar vennoten in het bijzonder uit om de 16 bestuurders van de Raad van Bestuur van PlayRight te verkiezen of te herverkiezen.Dit jaar zijn er zes bestuursmandaten toe te wijzen:  

  • Een Franstalige muzikant,
  • Een Nederlandstalige muzikant,
  • Drie Franstalige acteurs,
  • Een Nederlandstalige acteur.

Eind maart heeft PlayRight een oproep tot kandidaatstelling gelanceerd bij haar vennoten. Zij konden die tot 12 mei versturen aan het college waartoe zij behoren (op basis van hun artistieke hoofdactiviteit). Merk op dat alleen de aangeslotenen die vennoot werden vóór 19 maart 2017 kunnen deelnemen aan de volgende Algemene Vergadering. De aangesloten kunstenaars die vennoot willen worden kunnen niettemin hun aanvraag indienen via hun online portal. Zij kunnen dan aanwezig zijn op de Algemene Vergadering van 2018 en de daaropvolgende jaren.

De Algemene Vergadering is samengesteld uit een college van Muziek en een college van Dramatische Kunst & Dans. Zij wordt voorafgegaan door twee Bijzondere Vergaderingen. Maandag 19 juni ek. moeten onze vennoten de 6 toekomstige bestuurders aanduiden, onder de 18 kandidaturen. Na de Bijzondere Vergaderingen zal de keuze van elk college voor eindstemming worden voorgedragen aan de Algemene Vergadering, die ook als taak heeft om te stemmen over de voorgestelde wijzigingen van de statuten, de jaarrekeningen 2016 goed te keuren en de resultaten van PlayRight te beoordelen op basis van het beheersrapport van het afgelopen boekjaar.

17mei

PlayRight kan voortaan ook in Korea uw rechten innen

 

Christophe Van Vaerenbergh (PlayRight Directeur) & Won Yong Kim (Chairman of FKMP)

In de marge van de Algemene Vergadering van SCAPR, de internationale organisatie die beheersvennootschappen voor de naburige rechten van uitvoerende kunstenaars groepeert, heeft PlayRight een nieuwe bilaterale overeenkomst getekend met FKMP. De Federatie van Koreaanse Muzikanten is verantwoordelijk voor de inning, het beheer en de verdeling van naburige rechten in Korea.

Deze nieuwe bilaterale overeenkomst laat PlayRight toe rechten te innen voor leden met een wereldwijd mandaat. Het gaat om de tweede overeenkomst in Azië, waar PlayRight al een akkoord heeft met de Japanse beheersmaatschappij.

Meer informatie over PlayRight internationaal vindt u hier.

 

26apr

Wat als ik stream ?

Op 26 april vieren we jaarlijks World Intellectual Property Day. We vieren dan de rol die IER (intellectuele eigendomsrechten) hebben bij het aanmoedigen van creatievelingen door hen te linken aan de exploitatie van hun artistieke expressies. Maar doen ze dat nog steeds? Kunnen we in 2017 WIPD eigenlijk nog vieren?

Doe de test!

www.whenistream.eu

21apr

RTBF veroordeeld tot het doorstorten van een aanzienlijk bedrag onbetaalde rechten

Seizoen 2, aflevering 3: dinsdag 18 april heeft de rechtbank van eerste aanleg het bevel gegeven om een bedrag van 1.3 miljoen euro te blokkeren ten voordele van de uitvoerende kunstenaars, rechten die door de RTBF nooit werden uitbetaald.

De eerste afleveringen van dit verhaal gaan terug tot 1989, met de ondertekening van de overeenkomst tussen de RTBF en de vakbonden. In die overeenkomst wordt voorzien dat van de inkomsten, die de RTBF vergaart voor de distributie van haar programma’s (via de kabel), 6% zou terugvloeien naar de uitvoerende kunstenaars die door de RTBF werden aangeworven.

Niettegenstaande de RTBF de overeenkomst uitvoert in haar contracten met de artiesten, keerde ze hen nooit hun deel van de kabelrechten uit zoals voorzien was in die overeenkomst.

Het akkoord blijft dode letter tot 2014, tot het moment waarop enkele acteurs, met de hulp van hun beheersvennootschap PlayRight, de zaak voor de rechtbank brachten. En daar hebben ze  dus hun gelijk gehaald. Het vonnis kan je hier consulteren.

De rechtbank van eerste aanleg veroordeelde de RTBF reeds tot het blokkeren van een bedrag van 1,3 miljoen euro en belastte een expert met het bepalen van het totale bedrag dat PlayRight, mag vorderen voor de periode tussen 1989 en 2016.

Maar het verhaal is nog niet ten einde want er is nog geen definitief vonnis: de aangeduide expert moet nu binnen de 6 maanden zijn rapport afronden. Pas dan kan de rechter het definitieve bedrag dat de RTBF verschuldigd is bepalen. Wordt vervolgd…

Lees ook het artikel dat verscheen in Le Soir.

18apr

Een PlayRight+ Prijs voor de volgende proclamatie ?

PlayRight+ lanceert een oproep voor laatstejaarsstudenten van een Bachelor of Masteropleiding muzikant en/of acteur.

PlayRight+ ondersteunt uitvoerende kunstenaars en verdedigt hun belangen. Uit bewondering voor diegenen die er reeds van jongs af aan voor kiezen om van muziek of acteren hun toekomstig beroep te maken. En voor wie daarbij uitblinkt, mag dat gepaard gaan met een extra duwtje in de rug. Daarom biedt PlayRight+ aan alle hogescholen en universiteiten in België de mogelijkheid om aan pas afgestuurde muzikanten en acteurs de PlayRight+ Prijs toe te kennen.

Ioan Kaes (PlayRight+) en Frederik De Clercq (PXL Music): PlayRight+ Prijs 2016

Elk jaar deelt PlayRight+ prijzen van € 500 uit aan studenten die zich doorheen hun studietraject hebben onderscheiden als uitvoerend kunstenaar. Elke hogeschool of universiteit die een Bachelor- of Masteropleiding aanbiedt, heeft de mogelijkheid om een PlayRight+ Prijs uit te delen.

Wil jij dat jouw school een PlayRight+ Prijs uitdeelt? Neem dan contact op met ons via: .

Hoe deelnemen ?

De prijs is bestemd voor:

  • Studenten van geaccrediteerde hogescholen en universiteiten.
  • Opleidingen tot muzikant of acteur van het niveau Bachelor of Master.
  • Studenten die hun opleiding afronden en hun diploma behalen tijdens de proclamaties van juni 2017.

Wie zorgt voor de selectie?

Het docentencorps krijgt de volledige vrijheid in de keuze welke student(e) ze van de PlayRight+ Prijs wil laten genieten. Omdat zij de leerlingen beter dan wie ook kennen, hen volgen tijdens het doorlopen van hun opleiding, is het aan de docenten te kiezen welke studenten van deze PlayRight+ Prijs kunnen genieten. Het enige criterium dat gerespecteerd dient te worden is dat de selectie gebeurt op basis van hun prestaties als uitvoerende kunstenaar.

 

 

—–> De eerste PlayRight+ Prijzen van 2017

8feb

PlayRight aangesteld voor de aanvullende vergoeding voor muzikanten!

Het heeft even geduurd, maar op 27 januari publiceerde Minister Kris Peeters zijn beslissing om PlayRight aan te stellen als de beheersvennootschap verantwoordelijk voor het beheer van de jaarlijkse aanvullende vergoeding voor sessiemuzikanten.

De jaarlijkse aanvullende vergoeding? Wat is dat?

In 2011 besliste Europa om de beschermingstermijn voor muziekopnames te verlengen van 50 naar 70 jaar. Een platenmaatschappij geniet zo van 20 jaar extra bescherming en als muzikant met een artiestencontract, geniet je 20 jaar langer van een royalty op de inkomsten. Maar dat is niet zo voor de sessiemuzikant die zijn rechten heeft overgedragen aan de platenmaatschappij voor een éénmalige forfaitaire vergoeding. Daar waar die vergoeding aanvankelijk 50 jaar exploitatie dekte, geldt ze nu voor een periode van 70 jaar.

70 voor de prijs van 50? Dat is een stevige korting… Omdat de Europese Commissie wilde dat de verlenging van de termijn in het voordeel van alle muzikanten zou werken, verplichtte ze de platenmaatschappijen om na het verstrijken van de termijn van 50 jaar hun inkomsten alsnog te delen met die muzikanten aan wie ze geen royalty-vergoeding betalen. Dit door jaarlijks 20% van de inkomsten uit die opnames over te maken aan een voor deze sessie-muzikanten representatieve collectieve beheersvennootschap.

Met het KB werd PlayRight aangesteld voor het innen en verdelen van deze jaarlijkse aanvullende vergoeding in België.

De aanvullende vergoeding geldt voor alle opnames vanaf 1963. Heb je als sessiemuzikant meegespeeld op een opname uit de periode 1963-1967, controleer dan zeker of die opnames in ons repertoire zitten. Als ze nog verkocht, gedownload of gestreamd worden, dan heb je voortaan namelijk recht op een deel van de inkomsten die daarmee worden gegenereerd.

Heb je vragen, mail dan naar  .

 

20jan

Hervorming van het auteursrecht en het internet door Europa: see what’s next?

De verschuiving van een markt van fysieke dragers naar een digitale markt is een feit voor wat betreft de muziek- en audiovisuele sector. De naburige rechten, die uitvoerende kunstenaars verbinden met de inkomsten die voortkomen uit de exploitatie van hun prestaties, zijn echter niet mee verschoven. Het voorstel tot hervorming van de Europese Commissie pretendeert wel dat muzikanten en acteurs een betere bescherming wordt geboden, de werkelijke upload van hun naburige rechten blijft zoek. 

Van een beetje theorie…

De principes van de naburige rechten die van toepassing zijn in de fysieke wereld zijn in theorie ook van toepassing in de digitale wereld. Wanneer men online muziek of films wil aanbieden, dan moet men net zoals in de fysieke wereld rekening houden met de naburige rechten van de uitvoerende kunstenaar. Elke vorm van exploitatie heeft immers diens expliciete toestemming nodig.

In theorie ontvangt een performer ook binnen de online omgeving een dubbele vergoeding. Een eerste vergoeding voor het leveren van de prestatie die wordt opgenomen. Een tweede vergoeding die in verhouding staat tot de effectieve exploitatie. De vergoeding die betaald wordt om prestaties online te exploiteren, dekt in theorie immers ook het verkrijgen van de toestemming van de uitvoerende kunstenaar.

…naar de praktijk

In de praktijk komt de vergoeding die wordt betaald voor het genieten van muziek of film via een online platform maar in beperkte mate terecht bij de vele uitvoerende kunstenaars wiens prestaties vervat zitten in wat deze platformen aanbieden. De reden hiervoor is dat uitvoerende kunstenaars het recht om deze vorm van exploitatie toe te staan maar al te gemakkelijk uit handen geven.

Muzikanten en acteurs staan bij het ondertekenen van een overeenkomst met een producent deze rechten integraal af en dat in ruil voor een schamele vergoeding. Lump sum vergoedingen zijn helaas nog steeds schering en inslag binnen de entertainment sector. De vergoeding op basis van een royalty is slechts voor een minderheid van de uitvoerende kunstenaars een realiteit. En zelfs voor hen is het op dat moment goed opletten. Het merendeel van de producenten hanteert nog steeds contracten die de online-exploitatie beschouwen als ondergeschikt aan de fysieke exploitatie en geen aangepaste berekeningen voorzien.

Het huidige wettelijke kader biedt geen enkele bescherming voor uitvoerende kunstenaars om deze praktijk om te buigen en te streven naar een fair internet. Bij het uitwerken van de eerste richtlijnen inzake auteursrechten en naburige rechten, had de Europese wetgever nog oog voor de zwakke onderhandelingspositie van uitvoerende kunstenaars. Dit resulteerde in het toekennen van vergoedingsrechten zoals het recht op billijke vergoeding voor de openbare mededeling aan het publiek of het recht op vergoeding bij verhuur of uitlening. Bij het toekennen van het recht op beschikbaarstelling (de juridische basis voor online-exploitaties) werd er onterecht vanuit gegaan dat de uitvoerende kunstenaar met dit sterke exclusieve recht automatisch ook een sterke onderhandelingspositie verkreeg. De realiteit heeft het tegendeel bewezen.

Ook via het collectief beheer heeft de uitvoerende kunstenaar geen toegang tot de inkomsten uit online-exploitaties. Het recht op beschikbaarstelling is een volledig exclusief recht waar de Europese wetgever geen enkel vergoedingsrecht aan heeft gekoppeld. En dat zou moeten veranderen. Het principe van een niet overdraagbare billijke vergoeding moet gekoppeld worden aan de exploitaties door online platformen.

Op dit moment delen bedrijven als Google, Spotify, Deezer of Netflix een deel van hun inkomsten, uit reclame en uit abonnementen, met de partij die het recht op beschikbaarstelling centraliseert: de producenten. Ook al lijkt het erop dat ze dit deel naar eigen goeddunken bepalen, hanteren deze platformen hierbij een logica die duidelijk geïnspireerd is op de verdelingsregels van collectieve beheersvennootschappen. De inkomsten uit een bepaald referentiejaar worden gespiegeld aan het totaal aantal plays op het platform om vervolgens de waarde van één specifieke play te berekenen per individuele titel. Omdat alle waarden binnen deze berekening voor ieder refentiejaar verschillen, is het niet mogelijk om een vaste waarde aan één specifieke stream toe te kennen.

Het is de rol van de individuele producenten om deze variërende inkomst te delen met hun muzikanten en acteurs. Maar, zoals hierboven aangehaald, berust op hen geen enkele wettelijke verplichting om dit op te nemen in de overeenkomst die hun relatie met de uitvoerende kunstenaar en diens rechten bepaalt. Het gebeurt dan ook onvoldoende.

Die realiteit wordt erkend door de Europese Commissie. De oplossing die ze voorstelt, bewijst echter dat de Commissie in een andere realiteit vertoeft. Het voorstel tot hervorming kent aan uitvoerende kunstenaars een recht op transparantie toe. Ook al is het niet duidelijk hoe meer transparantie muzikanten en acteurs een sterkere onderhandelingspositie zou geven, er dient direct opgemerkt te worden dat dit recht niet kan worden ingeroepen door alle uitvoerende kunstenaars. Het recht is voorbehouden aan die acteurs en muzikanten die door de producent ‘van betekenis’ worden geacht. Hierdoor zal dit recht in de praktijk beperkt blijven tot de minderheid van acteurs en muzikanten die over een overeenkomst beschikken. En zelfs voor hen is het geen zekerheid, want de Commissie voegt toe dat de verplichting vervalt indien het een te grote administratieve last met zich mee zou brengen.

En dat producenten deze burden-button vaak zullen indrukken, is meer dan waarschijnlijk. De informatie die wordt aangeleverd door de online platformen is niet makkelijk te herleiden tot een leesbaar A4tje. Het gaat hier over grote data-bestanden en producenten beschikken veelal niet over de manschappen en middelen om dergelijke big data te verteren, niet voor zichzelf en al zeker niet voor derden.

Net daarom is het schokkend dat de Europese Commissie geen deel van de oplossing bij het collectief beheer legt. De Europese beheersvennootschappen hebben de laatste jaren enorme investeringen gedaan in het digitaliseren van hun activiteiten en zijn het best geplaatst om grote databestanden te vertalen naar individuele dossiers. Met een richtlijn uit 2014 heeft de Europese Commissie deze organisaties bovendien bijzonder hoge transparantienormen opgelegd. Als beheersvennootschap kan je nooit een administrative burden-button indrukken. Administrative burden is de business. En deze business moeten ze op een gelijke wijze aanbieden aan alle uitvoerende kunstenaars, van grote én van kleine betekenis.

Maar met informatie koop je geen brood. Samen met FIA, FIM en IAO dringt de koepel van Europese beheersvennootschappen AEPO-ARTIS aan op een herziening van de Europese wetgeving die moet toezien op een reëel inkomen voor artiesten. De Europese Commissie moet de logica van haar eigen richtlijnen respecteren en uitvoerende kunstenaars een recht op billijke vergoeding toekennen voor de exploitatie van hun prestaties door online platformen. Een upload van dat principe naar de online omgeving is de beste optie voor een fair internet voor alle speler.

En wanneer voor de uitoefening van dit recht het collectief beheer wordt verplicht, dan is het een win-win-win situatie. Producenten worden verlost van hun administratieve last. Muzikanten en acteurs kunnen rekenen op een correcte vergoeding. En de online platformen? Die kunnen rekenen op zeer transparante partners die de hen aangeleverde informatie op een correcte manier kunnen doorgeven aan de individuele muzikant of acteur.

14dec

Een correcte vergoeding voor de online-exploitatie van de prestaties van artiesten?

Aangezien online platformen meer en meer gebruikers registreren, roept de campagne Fair Internet for Performers de Europese Commissie op om haar standpunten, die in september bekend werden gemaakt, te herzien.

De campagne pleit voor een herziening van de Europese richtlijnen om ervoor te zorgen dat uitvoerende kunstenaars een correct aandeel ontvangen van de inkomsten uit het online gebruik van hun prestaties. Hoe? Door middel van een onoverdraagbaar recht op billijke vergoeding voor de online-exploitatie van hun prestaties dat verplicht wordt beheerd door het collectief beheer voor uitvoerende kunstenaars.

De campagne benadrukt dat de overgrote meerderheid van de performers hun rechten afstaan aan de producent en verplicht worden een contract te ondertekenen dat niet voorziet in een vergoeding voor de online-exploitatie van hun prestaties. De voorstellen van richtlijnen die de Europese Commissie in september kenbaar maakte, zijn onvoldoende om hier verandering in te brengen. Fair Internet for Performers roept daarom alle actoren in de sector op om actie te ondernemen door de petitie te ondertekenen en te delen.