Een nieuwe wet op het collectief beheer ?

Gisteren werd in de Kamer een wetsontwerp goedgekeurd waarmee een Europese richtlijn uit 2014 wordt omgezet naar Belgisch recht. Het betreft de richtlijn collectief beheer die als doelstelling heeft om alle beheersvennootschappen in Europa op eenzelfde niveau van transparantie te krijgen. Transparantie voor wat betreft de organisatiestructuur en transparantie over de financiën.

Kris Peeters, Federaal Minister van Economie, Consumenten en Werk

En dat is een goede zaak. De technologishe revolutie waar we allen getuige van zijn, heeft ervoor gezorgd dat het gebruik van artistieke content (in al haar vormen) steeds vluchtiger en minder controleerbaar wordt voor de individuele rechthebbende. Binnen een dergelijke context wint het collectief beheer aan belang. Een groot deel van de richtlijn gaat bijvoorbeeld specifiek over de rol van het collectief beheer binnen de markt van muziekstreamingdiensten. Alhoewel voorlopig beperkt tot de auteursrechten, is het een duidelijke keuze van de Europese wetgever om het collectief beheer een grotere verantwoordelijkheid te geven. Maar aan die grotere verantwoordelijkheid koppelt de richtlijn terecht strenge regels inzake transparantie en organisatie. De positie van houders van auteursrechten en naburige rechten ten aanzien van het collectief beheer wordt versterkt en ook de overheid wordt verplicht tot toezicht. En deze regels zijn voor alle beheersvennootschappen dezelfde. Van Stockholm tot Lissabon, van Dublin tot Bucharest.

Wat betekent dit voor België? In ons land staan maar liefst 26 organisaties op één of andere wijze in voor het beheer van auteursrechten of naburige rechten. Hun belang wordt al decennia lang erkend door de wetgever. Sinds 1994 bevat onze wet op het auteursrecht specifieke regels voor het collectief beheer en wordt de sector gecontroleerd door haar eigenste Controledienst. In 2009 werden deze regels verstrengd en werden de bevoegdheden van die Controledienst danig uitgebreid. Het Belgisch model was daardoor een grote bron van inspiratie voor de richtlijn uit 2014.

Desondanks liggen de nieuwe voorwaarden die Europa oplegt nog steeds lager dan diegene waar Belgische vennootschappen reeds aan moeten voldoen. Rechthebbenden genieten hier nog steeds van de beste garanties op een correct en transparant collectief beheer. Voor de Belgische beheersvennootschappen, waaronder PlayRight, verandert er dan ook weinig tot niets. De enige echte aanpassing die diende doorgevoerd te worden, betreft de termijn binnen dewelke beheersvennootschappen geïnde rechten moeten uitbetalen aan rechthebbenden. Daar waar deze termijn tot op heden 24 maanden bedroeg, zal dit voortaan binnen de 9 maanden moeten. Het valt te bezien hoe de beheersvennootschappen de huidige kwaliteit in verdeling gaan kunnen behouden, indien ze de snelheid van hun werking danig gaan moeten optrekken.

Voor wat betreft de muziekrechten zit PlayRight reeds enkele jaren op schema door binnen die termijn steeds de eerste verdeling op te starten. Dit kan door de aankoop van kwalitatieve informatie over de officiële verkoop van muziek (fysiek, download en streaming), alsook het gebruik ervan door radiozenders.  Binnen de audiovisuele wereld zijn kwalitatieve gegevens echter niet op korte termijn beschikbaar en is een enigszins correcte verdeling binnen de 9 maanden nog een utopie.

De vraag is dan ook of de overheid de controle op het respecteren van deze termijn gaat koppelen aan een uitbreiding van mogelijkheden van het collectief beheer om informatie op te vragen bij de gebruikers?

PlayRight bedankt ondertussen haar 13.000 aangesloten voor het vertrouwen in de transparante werking van hun organisatie.