Waarom gebeuren er twee betalingen voor eenzelfde referentiejaar?

De verdeling van rechten voor een bepaald referentiejaar gebeurt niet in één keer, maar in twee fasen. Er zijn dus twee betalingsmomenten voor één en hetzelfde referentiejaar.

  • Eerste verdeling: we leggen de link tussen de aangiftes waarover we beschikken in onze database enerzijds en de titels die voorkomen op de nationale verkoop- en uitzendlijsten voor een specifiek referentiejaar anderzijds. Bij de eerste berekening is het vaak zo dat nog niet alle artiesten hun bijdragen al hebben aangegeven. Om de rechten voor de artiesten die dat nog niet deden beschikbaar te houden, maken we voor elke opname, naargelang de aard ervan, een “virtuele casting” op. Die benoemt alle mogelijke bijdragen aan de opname, met aanduiding van het aantal A-, B- of C-rollen . Op basis van de virtuele casting en de aangegeven rollen worden de naburige rechten voor een bepaalde bijdrage aan een opname berekend. De rechten worden uitbetaald aan wie zijn bijdrage aangaf en gereserveerd voor de “virtuele artiesten”.

  • Afsluitende verdeling: drie jaar na de eerste uitbetaling van rechten voor een referentiejaar doen we een finale, afsluitende verdeling. Dit betekent dat de artiesten die hun geleverde prestaties niet tijdig hebben aangegeven, niet meer kunnen genieten van de naburige rechten voor het gebruik van hun opnames in dat specifieke referentiejaar (maar uiteraard wel nog voor de volgende jaren). Bij een afsluitende verdeling worden alle bedragen die nog niet werden uitbetaald verdeeld over de artiesten die hun prestatie wel hebben aangegeven. Bij deze berekening wordt geen rekening meer gehouden met de virtuele cast, maar enkel nog met de bijdragen die effectief werden aangegeven.

 

Op deze manier hebben alle betrokken artiesten in elk geval voldoende tijd om hun aangiftes in te dienen.