Nieuwe wetgeving voor de audiovisuele sector

Met unanimiteit goedgekeurd in het Parlement: op 14/11/2018 werd een nieuwe wet gestemd in verband met de wetgeving voor de audiovisuele sector. De wet kwam er op initiatief van Minister Kris Peeters en voorziet enerzijds in bijkomende verplichtingen voor de distributeurs van televisiepakketten en anderzijds in een aanpassing van de billijke vergoeding voor audiovisuele prestaties. Met deze twee grote wijzigingen wordt de audiovisuele sector in België grondig hertekend.

 

De keuze voor rechtszekerheid.

Met een aparte regeling voor de mededeling aan het publiek via directe injectie wordt een einde gemaakt aan een discussie die al meer dan een decennia aansleept en zet de wet in op rechtszekerheid.

Directe injectie is een moderne techniek die gebruikt wordt door zenders om hun programma-signalen tot bij distributeurs van televisiepakketten (Telenet, Proximus, Orange, Steevie, etc.) te krijgen. Als consument merk je hier niets van, maar de techniek zorgt alle jaren voor onzekerheid.

Bij traditionele kabeldoorgifte voorziet de omroep nog in een eigen uitzending (via satelliet), die door de distributeurs wordt opgevangen om vervolgens in hun kabelnetwerk te worden geïnjecteerd. Kabeldistributeurs stelden zich in de begindagen als het ware op als piraten die (gratis) signalen uit de lucht plukten om aan hun klanten door te verkopen. Begin jaren ’90 werd daarom voorzien in een wettelijke verplichting voor de distributeurs om de inkomsten die ze halen uit het doorverkopen van de signalen te delen met de omroepen en andere rechthebbenden. Voor het vergoeden van die laatste (auteurs, producenten en uitvoerende kunstenaars), geldt de verplichting van het collectief beheer.

De rechtszekerheid die werd voorzien zorgde voor een betere samenwerking tussen distributeurs en omroepen, in die mate dat sommige zenders hun signalen zelfs rechtstreeks zouden aanleveren. Dit door gebruik te maken van de techniek van de directe injectie. Distributeurs plukken de signalen niet langer uit de lucht, maar krijgen ze rechtstreeks aangeleverd van de omroepen via een directe (kabel)lijn. Sommige omroepen zijn zelfs zo ver gegaan dat ze stopten met het zelf uitzenden van hun signalen, maar enkel nog vertrouwen op de distributeurs om hun uitzendingen bij de kijkers te krijgen.

En dat was voor bepaalde distributeurs reden om te stellen dat er niet langer sprake is van een kabeldoorgifte. Er zou in dat geval geen doorgifte meer zijn van een uitzending, maar van een uitzending via het netwerk van de distributeur. De distributeur is dan niet langer doorgever, maar enkel leverancier van een uitzend-infrastructuur.

De discussie is meer dan technisch, want wanneer de activiteit van de distributeur niet als een kabeldoorgifte wordt beschouwd, dan geldt de wettelijke verplichting om auteurs, producenten en uitvoerende kunstenaars te vergoeden via het collectief beheer niet langer. Omroepen beschikken immers over het recht om uit te zenden en zijn bijgevolg de enige die moeten vergoed worden. Er werd dan ook geweigerd om de andere rechthebbenden nog een eigen vergoeding te betalen, hetgeen aanleiding gaf tot oeverloze discussies en lange en uitputtende procedures.

De wet van 14 november 2018 maakt nu een einde aan dat tijdperk. De wet erkent dat er in geval van directe injectie sprake is van één mededeling aan het publiek die door de omroep en de distributeur gezamelijk wordt uitgevoerd. Maar, de wet benadrukt dat beide partijen een aparte economische activiteit verrichten en verplicht omroep én distributeur om auteurs, uitvoerende kunstenaars én producenten te vergoeden voor hun aandeel in de uitzending via directe injectie.

Om die vergoeding in goede banen te leiden, heeft de wet zich laten inspireren op de regeling die in 2014 werd ingevoerd voor de doorgifte via de kabel en die net tot doel had om een correcte verdeling van de vergoeding over de verschillende rechthebbenden te garanderen. Dit door voor auteurs en uitvoerende kunstenaars een niet-overdraagbaar recht op vergoeding te introduceren waarvoor bovendien het collectief beheer verplicht is.

Voor de uitzending via directe injectie wordt nu een gelijkaardig vergoedingsrecht toegekend aan auteurs en uitvoerende kunstenaars. Gelijkaardig in die zin dat het een niet-overdraagbaar recht betreft waarvoor het collectief beheer verplicht wordt en dat de wet benadrukt dat iedere categorie van rechthebbenden de vergoeding via haar eigen collectief beheer moet innen. De wet gaat zelfs nog een stap verder in de bescherming van de uitvoerende kunstenaars, in die zin dat het recht op vergoeding niet enkel ten aanzien van de distributeur geldt, maar ook ten aanzien van de omroep.

Als acteur of muzikant moet je je dus geen zorgen maken over het contract dat je tekent. Het recht om vergoed te worden voor de uitzending via direct injectie kan je niet overdragen aan een producent, ongeacht of dat een onafhankelijke producent of de omroep zelf is.

Geen parallel.

De tweede grote wijziging die wordt doorgevoerd is de aanpassing van de billijke vergoeding voor audiovisuele prestaties, of beter: de afschaffing ervan.

Ook dit was een discussie die al bijzonder lang aansleepte. Voor uitvoerende kunstenaars geldt al sinds 1994 het principe van de billijke vergoeding voor wat betreft de uitzending . Dat komt erop neer dat een omroep aan muzikanten of acteurs geen toestemming moet vragen om diens prestaties uit te zenden, maar dat er wel een vergoeding moet worden betaald. Die verplichting geldt bovendien ook voor zij die op een secundaire manier muziek gebruiken (winkels, restaurants, evenements, etc).  Voor muziek is het een Europese verplichting en bestaan er al jaren tarieven. Voor audiovisuele prestaties is dit een Belgische keuze, maar bleek het alsnog onmogelijk om tot tarieven te komen.

In 2014 bevestigde de wetgever nog de keuze voor de billijke vergoeding voor audiovisuele prestaties en werd er voorzien in een nieuw systeem om makkelijker tot tarieven te komen. Van dit nieuwe systeem werd gebruik gemaakt om de tarieven voor muziek te vernieuwen, maar voor het audiovisuele gedeelte bleek het water toch nog te diep. De wetgever hakt nu de knoop door en beperkt de billijke vergoeding voortaan tot muziekopnames.

Als acteur krijg je voortaan een exclusief recht voor de uitzending door de omroep, maar – mede door de werking van het vermoeden van overdracht – zal je zelden in de situatie komen waarin je op basis van dit recht een vergoeding van een omroep zal kunnen vorderen. Het is de producent die vergoed wordt door de omroep en het contract met die producent bepaalt wat jouw aandeel zal zijn.

Behalve dan in het geval dat de omroep beslist om uit te zenden via directe injectie. In dat geval krijg je immers wel een niet-overdraagbaar recht op vergoeding dat je – via het collectief beheer – rechtstreeks ten aanzien van de omroep kan laten gelden.

Nieuwe techniek, betere rechten.

Ondanks het feit dat PlayRight de mening is aangedaan dat het niveau van bescherming van uitvoerende kunstenaars niet mag afhangen van de gebruikte techniek, zijn we bijzonder verheugd dat voor de moderne techniek van directe injectie werd gekozen voor een hogere bescherming voor muzikanten en acteurs. Met steeds meer zenders die overschakelen op directe injectie, lijkt het nieuwe evenwicht toekomstgericht te zijn.

De wet van 14 november 2018 is het resultaat van de verenigde krachten van auteurs, producenten en uitvoerende kunstenaars en kan dus rekenen op een brede steun binnen de sector. PlayRight rekent er daarom op dat de uitvoerende kunstenaars in België vanaf 2019 hun rechten ook daadwerkelijk zullen kunnen laten gelden.

Met 130 stemmen voor en slechts 0 stemmen tegen, heeft de Minister bovendien de nodige politieke steun om deze Belgische oplossing in de komende maanden te verdedigen op het Europese niveau waar er ook wordt gezocht naar een evenwichtige oplossing voor de directe injectie.