Het beleidsmemorandum van de uitvoerende kunstenaar (2019-2024)

Op zondag 26 mei 2019 trokken de Belgen opnieuw naar de stembus voor het kiezen van hun vertegenwoordigers in de vele parlementen die dit land telt. Ook onze uitvoerende kunstenaars kozen op die dag hun vertegenwoordigers.

Als muzikant, danser of acteur zijn de uitvoerende kunstenaars het gezicht van onze cultuur en spelen ze een belangrijke rol in ieders beleving. Voor een klein land als België, dat bovendien is opgedeeld in kleinere cultuurgemeenschappen, is het van bijzonder groot belang om binnen een steeds globaliserende maatschappij met een toenemende blik op het buitenland in te zetten op kunst. Kunst zorgt voor verbinding en het beleid ten aanzien van de uitvoerende kunstenaars is daar een cruciale factor in. Dit ‘Beleidsmemorandum voor de uitvoerende kunstenaar 2019’ werd opgesteld als aanzet om uitvoerende kunstenaars opnieuw in het centrum van het beleid te plaatsen.

Meer dan een beschermende benadering verdienen uitvoerende kunstenaars een adequaat wettelijk kader waarbinnen ze hun artistieke activiteiten kunnen ontwikkelen tot een economisch leefbaar beroep. De vrijheid om te kiezen voor een carrière als acteur, muzikant of danser is er. De mogelijkheden om zich te ontplooien als uitvoerend kunstenaar eveneens. Het uitbouwen van een echte beroepspraktijk loopt echter vooralsnog niet van een leien dakje. Zelfs als de geboden kansen worden benut, blijkt het voor een meerderheid van onze artiesten steeds moeilijker om een volwaardig inkomen te halen uit hun artistieke activiteiten.

Dit memorandum gaat uit van 3 grote uitdagingen en bevat 15 concrete richtsnoeren voor het beleid inzake kunsten, tewerkstelling, economie en internationalisering. Het werd opgesteld door PlayRight, de beheersvennootschap van de naburige rechten van uitvoerende kunstenaars in België, en werd over de taalgrenzen heen afgetoetst bij de belangenbehartigers GALM, de Acteursgilde, FACIR en Union des Artistes, die dit memorandum mee ondertekenen.

Het memorandum legt de focus op de uitvoerende kunstenaar als belangrijke pijler binnen de kunstensector. Het wordt tijd dat de debatten en gesprekken over het kunstenaarsstatuut vertrekken vanuit de werkende kunstenaar en het ondersteunen van dat werk als doelstelling nemen, eerder dan het opvangen van werkloze kunstenaars.

We nodigen u als lezer uit om door dit beleidsmemorandum te gaan, uw eigen ideeën en wensen neer te schrijven en hiermee met ons in dialoog te treden. PlayRight en de 14.500 uitvoerende kunstenaars die we vertegenwoordigen, staan alvast klaar om voor de komende jaren mee te inspireren en input te geven.

UITDAGING 1 – Loon naar werk

Le travail mérite salaire

Ondanks de vele schrijfsels en debatten over ‘het kunstenaarsstatuut’ bestaat er vandaag geen eigen statuut voor wie artistieke activiteiten verricht. Het zogenaamde kunstenaarsstatuut bestaat uit een beperkt aantal maatregelen, vaak tijdrovend, tegenstrijdig en soms discriminerend. Die moeten de kunstenaar beschermen tijdens een  loopbaan die gekenmerkt wordt door een aaneenschakeling van contracten van korte duur, maar spitsen zich toe op de periodes van werkloosheid er tussenin. In zijn werksituatie geniet de kunstenaar weinig faciliteiten en balanceert hij voortdurend op de starre lijn die de arbeid als werknemer onderscheidt van het werk als zefstandige. Een echt vernieuwd en uitgebouwd kunstenaarsstatuut moet daar een oplossing voor bieden.

De echte uitdagingen voor onze werkende kunstenaars moeten in beeld worden gebracht en de nodige tijd moet worden genomen om werkbare oplossingen uit te werken die toekomstbestendig zijn. De kunstenaar is niet gediend met een halfslachtig statuut.

Breng bij deze uitdaging de verschillende beleidsdomeinen samen en betrek de vernieuwde Commissie Kunstenaars. Geef haar de nodige middelen om zich te ontwikkelen tot een volwaardig adviesorgaan voor het beleid én voor de kunstenaar.

Desondanks kunnen alvast de onderstaande aanbevelingen gebruikt worden als crisismaatregelen om de kansen op het uitbouwen van een volwaardige beroepspraktijk voor uitvoerende kunstenaars te verhogen.

1. Verminder de patronale lasten op opdrachten die kunstenaars verrichten via tussenkomst van een SBK

Een sociaal bureau voor kunstenaars (SBK) werkt volgens de principes van interimarbeid om het werk van een kunstenaar in opdracht van een derde te vertalen naar arbeidsprestaties als werknemer. Die administratieve vertaling gaat gepaard met een grote kost, die veelal door de kunstenaar zelf wordt gedragen. De kunstenaar dient immers binnen de afsproken prijs de sociale lasten als effectieve werknemer én fictieve werkgever te dragen, bovenop de kost die het SBK aanrekent voor de geleverde diensten. Nieuwe modellen voor sociale bureaus voor kunstenaars dienen overwogen te worden.

2. Durf investeren in de eigen kunsten en zet daarbij in op een hogere return op vlak van werkgelegenheid

Het wetenschappelijk onderzoek, de pers, de vlees- en zuivelindustrie, de fruitteelt, de auto-industrie: het zijn stuk voor stuk economische sectoren die niet kunnen overleven zonder overheidssubsidies. Die worden – voor die sectoren – noodzakelijke investeringen genoemd.

De kunstensector heeft het altijd moeilijk gehad om haar beroep op gemeenschapsmiddelen te laten gevoelen als een investering, eerder dan een subsidie. De vele cijfermatige studies van de laatste jaren lijken hier een kentering in teweeg te brengen. Steeds vaker wordt de return on investment zwart op wit, met duidelijke cijfers aangetoond. De overheid dient haar visie op het ondersteunen van de brede cultuurindustrie dan ook drastisch aan te passen en haar subsidies aan de sector te beschouwen als noodzakelijke investeringen. Er dient daarbij volledig ingezet te worden op een verhoging van de werkgelegenheid voor professionele cultuurwerkers, met de kunstenaars voorop.

Er kan daarbij gedacht worden aan het aanleggen van een kadaster van artistiek werk, waarin de verloning van kunstenaars wordt gescheiden van die van andere cultuurwerkers. Indien nodig kunnen deze gekoppeld worden aan quota’s.

Het spreekt voor zich dat de uitvoerende kunstenaars ook nauwer moeten betrokken worden in het proces van het beoordelen van subsidies en stimuleringsregelingen voor de sector waarin ze werkzaam zijn.

3. Beperk het gebruik van instrumenten die gericht zijn op de vergoeding van amateur-kunstenaars voor het vergoeden van beroepskunstenaars

De lijn tussen amateurkunstenaar en professionele kunstenaar zou moeilijk te trekken zijn. Dit wordt in de hand gewerkt door de bijzondere ondersteuning voor de amateurkunsten. We kunnen immers stellen dat er in België een heuse industrie bestaat die de Belg van jongs af aan stimuleert en vormt op creatief en artistiek vlak. Creatieve competenties worden immers hoog ingeschat voor de algemene vorming van de mens. Ze dragen bij tot het profiel van de ideale multidisciplinaire probleemoplossende werkkracht waar onze diensten-economie nood aan heeft.

Het is correct te stellen dat het moeilijk te bepalen is wanneer iemand klaar is voor een beroepspraktijk als kunstenaar. Maar – net zoals in elke andere sector – is de keuze om al dan niet te werken binnen een erkend statuut een keuze die men zelf moet kunnen nemen.

En de kunstenaar die een dergelijke keuze maakt, moet daarin ondersteund worden. Het oneigenlijk gebruik van instrumenten ter vergoeding van prestaties van amateur-kunstenaars (vrijwilligersvergoeding, kleine vergoedingsregeling, occasionele inkomsten …) voor het vergoeden van beroepskunstenaars (voornamelijk door niet-occasionele opdrachtgevers) moet ingedijkt worden. Het overmatig gebruik van dergelijke vergoedingssystemen werkt marktverstorend en geeft aanleiding tot een daling van de voor beroepskunstenaars beschikbare budgetten.

4. Durf keuzes maken over wie kunstenaar is en wie niet

Er dient blijvend ingezet te worden op drempelloze intiatieven die de instroom van talent garanderen. Een leefbaar beroep als uitvoerende kunstenaar is evenwel niet voor ieder talent weggelegd. Professioneel kunstenaar zijn, overvalt je niet. Het is een bewuste keuze die je maakt en het beleid dient ervoor te zorgen dat zij die de sprong wagen de overkant halen.

Zet daarom meer in op ontwikkelingsbeurzen die (uitvoerende) topkunstenaars toelaten om – net als topsporters – een langetermijn-visie op hun loopbaan als kunstenaar te ontwikkelen.

Zet meer in op de professionalisering van de omkadering van onze uitvoerende kunstenaars. Maar durf tijdig neen zeggen tegen kunstenaars die hun kunsten niet weten uit te bouwen tot een beroepsmatige praktijk.

5. Ondersteun en erken de beroepsfederaties

Ook uitvoerende kunstenaars zijn verenigd in meerdere beroepsfederaties. Erken de constructieve bijdrage die deze federaties aan het sectoriëel overleg kunnen leveren en ondersteun hen. Zodat ze zich kunnen ontwikkelen tot volwaardige partners die vanuit de beroepspraktijk meedenken aan het afsluiten van sectoriële afspraken, die een weerspiegeling moeten zijn van de eerlijke beroepspraktijken.

Geef hen ondermeer een plaats binnen het arbeidsoverleg. Uitvoerende kunstenaars hebben recht op een rechtstreekse vertegenwoordiger in de paritaire comités 227, 303 en 304, die de cao’s vormgeven waaronder zij tewerk worden gesteld.

6. Handhaaf consequent het rechtsprincipe dat inkomsten van uitvoerende kunstenaaars uit naburige rechten roerende inkomsten zijn

Sedert de Wet van 18 juni 2008 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en de instelling van een forfaitaire belastingregeling inzake auteursrechten en naburige rechten  worden de inkomsten uit rechten die toegekend worden door de wetgeving inzake auteursrechten en naburige rechten ontegensprekelijk beschouwd als roerende inkomsten. Ingevolge Cassatierechtspraak van eind 2017 kan de fiscus zelfs niet langer zomaar afwijken van dit principe naargelang de hoegrootheid van die inkomsten. Auteursrechten en naburige rechten worden nooit toegekend door een arbeidsovereenkomst of een aannemingsovereenkomst.  De inkomsten die voortvloeien uit de overdracht van deze rechten kunnen dan ook niet onder het loonbegrip vallen, zelfs indien de overdracht van rechten gebeurt ten bate van de werkgever of de opdrachtgever.

En toch worden acteurs en muzikanten blijvend aangemaand door de RSZ en de RSVZ tot het betalen van sociale zekerheidsbijdragen op deze roerende inkomsten.

7. Stop de discriminerende werking van artikel 130 van het KB van 25 november 1991 ten aanzien van de kunstenaars, door de inkomsten uit rechten expliciet van onder het toepassingsgebied te verwijderen

Artikel 130 van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering heeft tot doel om de inkomsten die uitkeringsgerechtigden halen uit nevenactiviteiten die ze niet binnen het statuut van werknemer verrichten, te plafonneren. Haalt een werkloze in een bepaald jaar meer inkomsten uit deze activiteiten dan toegelaten, dan wordt zijn uitkering herberekend en dient hij reeds betaalde werkloosheidsuitkeringen terug te betalen.

Dat er een plafond wordt gesteld aan de mate waarin een uitkeringsgerechtige inkomsten kan putten uit prestaties die niet werden verricht onder het statuut van werknemer op het ogenblik dat hij rekent op de solidariteit die wordt verschaft door de sociale zekerheid der werknemers, is niet meer dan begrijpelijk. Sinds het KB inzake de werkloosheid in 2014 werd aangepast, wordt dit plafond voor artistieke prestaties echter ook toegepast op inkomsten die onrechtstreeks voortvloeien uit de artistieke prestatie, inclusief de inkomsten die uitvoerende kunstenaars ontvangen uit de overdracht van hun rechten. Het heeft aanleiding gegeven tot een heel aantal beslissingen van de RVA tot terugvordering van betaalde uitkeringen.

Op deze wijze worden scheppende en vertolkende kunstenaars gediscrimineerd ten aanzien van uitkeringsgerechtigden die onrechtstreeks inkomsten halen uit niet-artistieke prestaties en voor wie de beoordeling ligt bij het al dan niet gewone beheer van het eigen bezit, zoals bijvoorbeeld werklozen die dividenden uit aandelen of huurgelden incasseren.
Artikel 130 §2, lid 3 moet daarom worden geschrapt of herschreven opdat het enkel van toepassing is op inkomsten die het gewone beheer van het eigen bezit overstijgen.

UITDAGING 2 – Recht op rechten.

Naast het opnemen van haar verantwoordelijkheid om in haar eigen kunstenaars te investeren, dient de overheid haar investeringen ook veilig te stellen door in te zetten op sterke, afdwingbare auteursrechten en naburige rechten.

– Recht op rechten
8. Hanteer een technologieneutrale aanpak bij het toekennen van auteursrechten en naburige rechten én het voorzien van beperkingen en uitzonderingen.

Het basisprincipe van de auteursrechten en naburige rechten die toekomen aan scheppende en uitvoerende kunstenaars is hen te beschermen tegen iedere vorm van ongeoorloofde exploitatie van hun werken en prestaties. Opdat dit principe de tand des tijds doorstaat, moet het gebruik en niet de gebruikte technologie de bepalende factor zijn in het verschaffen van bescherming aan scheppende en vertolkende kunstenaars.

De laatste decennia werden het auteursrecht en de naburige rechten door nieuwe technologieën uitgedaagd tot het zoeken naar nieuwe evenwichten. Die oefening ging steevast gepaard met het verminderen van de bestaande bescherming. Zo hebben muzikanten recht op een billijke vergoeding wanneer hun muziek wordt uitgezonden door een radiozender, maar vervalt dat recht wanneer die zender een webradio wordt. Zo wordt de vergoeding voor het aanbieden van een settop-box met PVR-functie verdeeld onder auteurs, producenten én uitvoerende kunstenaars, maar de vergoeding van die laatste verdwijnt wanneer men overschakelt naar een nPVR. Zo gold er al sinds jaar en dag een recht op vergoeding voor de verhuur van films of muziek, maar is van dat recht geen sprake meer sedert die ‘verhuur’ plaatsvindt op online streaming en VOD-platformen.

De overheid dient daarom bij ieder toekomstig initiatief inzake auteursrechten en naburige rechten de technologieneutraliteit voorop te stellen en het evenwicht tussen rechthebbenden en gebruikers te herstellen. Op die manier kan de vergoeding verschuldigd aan rechthebbenden op objectieve parameters worden gestoeld: exploitanten betalen een percentage van hun omzet, ongeacht hun businessmodel of de toegepaste techniek, exploitatie- of distributiewijze. Dergelijk systeem is transparant voor zowel gebruikers, vergoedingsplichtigen als rechthebbenden. Het zou consumenten daarnaast de zekerheid bieden dat hun bijdrage rechtstreeks ten goede komt aan de creatieve spelers voor wie ze is bedoeld.

9. Waak er als overheid over dat de aanpassingen die de wet van 25 november 2018 inzake de audiovisuele aangelegenheden invoerde geen dode letter blijven

Dat een dergelijke technologieneutrale aanpak kan, werd bewezen door de recente wet inzake audiovisuele aangelegenheden, die het gebruik van de moderne televisiedistributietechniek directe injectie quasi gelijkstelt aan de traditionele kabeldoorgifte. Auteurs en uitvoerende kunstenaars kunnen zich daarbij ongeacht de gebruikte technologie beroepen op een niet-overdraagbaar recht op vergoeding. Er werd daarmee een einde gemaakt aan een discussie die reeds een decennium lang voor rechtsonzekerheid zorgde.

Maar, de wet treedt pas in werking op 1 juli en nu reeds starten pogingen van distributeurs en zenders om de discussie alsnog gaande te houden. De overheid moet erover waken dat deze wet geen dode letter blijft. De eerste stap die daartoe moet genomen worden, is het oprichten van het uniek platform waarop alle betalingen door distributeurs op een transparante wijze worden gecentraliseerd. En dat platform moet ervoor zorgen dat er geen grijze zones worden gecreëerd die bepaalde distributiediensten vrijstellen van bijdragen.

10. Bied uitvoerende kunstenaars een recht op vergoeding voor digitale exploitaties

Ook al brengen nieuwe technologieën de kunstenaar dichter bij zijn publiek, ze brengen niet automatisch met zich mee dat een haast voelbaar publiek ook bron van een voelbaar inkomen is. In Europe werd daarom een nieuwe Copyright Directive goedgekeurd waarin werd vastgelegd dat auteurs en uitvoerende kunstenaars steeds dienen vergoed te worden, voor iedere vorm van exploitatie van hun werken en prestaties, ook de digitale.

Tussen de kunstenaar en zijn publiek staan immers exploitanten ten aanzien van wie hij een minder sterke onderhandelingspositie heeft. Voor wat betreft de grote platformen kan zelfs gesteld worden dat de onderhandelingsmogelijkheden zijn gereduceerd tot het aanvaarden van de algemene (en éénzijdig wijzigbare) voorwaarden, of niet.

Muziek en film brengen mensen samen, dat doen ze al een eeuwigheid. Binnen de digitale omgeving vormt deze verbindende kracht de drijvende motor achter platformen die hun winsten halen uit het publiek dat wordt gevormd. Ze bestaan bij de gratie van de verbindende kracht van muziek en film. Het is dan ook normaal dat hun winsten worden gedeeld met de voornaamste leveranciers van die content.

De richtlijn moet nog omgezet worden naar Belgisch recht. België kan hierbij een krachtig signaal geven en haar lokale kunstenaars voorop stellen bij het uitwerken van een nieuwe regelgeving voor het digitale landschap.

11. Verplicht gebruikers tot een transparante en gestandariseerde rapportage die alle rechthebbenden dient

Meten is weten. De manier waarop we film en muziek beleven, consumeren, wordt meer dan ooit gemeten. De metingen worden echter niet georganiseerd op een wijze die rechthebbenden ten goede komt. Collectieve beheerorganisaties die auteurs en uitvoerende kunstenaars vertegenwoordigen, streven allen naar een distributie van hun inningen overeenkomstig het eigenlijke gebruik van het repertoire dat ze vertegenwoordigen.

Terwijl nauwgezet wordt toegekeken op de correcte werking van deze organisaties en van hen (terecht) een verregaande transparantie wordt geëist, krijgen zij hierbij niet de volledige medewerking van de exploitanten van hun repertoire.

In tijden van big data kan het niet dat speellijsten, kijkcijfers, verkoopcijfers, cue sheets e.d. niet beschikbaar kunnen worden gesteld. De overheid moet rechthebbenden de middelen geven om de nodige transparantie te eisen van de exploitanten die hun repertoire te gelde maken.

12. Zet in op vorming rond auteursrechten en naburige rechten

“Het is zo moeilijk, die rechten.”
Eigenlijk niet. Er is een gebrek aan kennis over wat auteursrechten en naburige rechten zijn, maar kennis kan worden bijgebracht. En hoe meer we evolueren naar een ééngemaakte digitale Europese markt, hoe meer we in contact zullen komen met rechten. Kennis over auteursrechten en naburige rechten is niet langer het voorrecht van specialisten.

Organisaties van kunstenaars zetten reeds meer in op het informeren van hun leden. Er is echter nog veel werk om het brede werkveld van gebruikers, managers, boekhouders en overheidsadministraties de nodige kennis over te brengen.

De overheid dient in dialoog te treden met de rechthebbenden teneinde het inzicht en de kennis over de aard en de functie van auteursrechten en naburige rechten binnen alle geledingen van de maatschappij en alle sectoren van de economie te versterken.

UITDAGING 3 – Kunstenaars kennen geen grenzen.

De Franstalige film Le Fidèle van Michaël R. Roskam kreeg in 2018 zes Vlaamse Ensors en de Nederlandstalige film Girl werd bekroond met drie Magrittes. De franstalige zangeres Angèle werd bekroond met meerdere MIA’s en de Brusselse tweetalige band Black Mirrors kreeg een D6belMusicAward. Ondanks de voortgeschreden regionalisering van België blijven we gelukkig appreciëren wat aan de overzijde bloeit en broeit. Kunst kent immers geen grenzen.

13. Wees trots op de eigen kunsten en draag ze uit.

Voor de landbouw zijn benamingen van oorsprong een toegevoegde waarde. Voor de kunsten-sector is België nog steeds een sterk merk. De drie gemeenschappen moeten hun internationale inspanningen op vlak van promotie van de kunsten meer dan ooit bundelen onder dat ene sterke merk.

14. Zet in op internationalisering en durf daarbij keuzes maken.

Er is een verschil tussen wat lokaal kan groeien en wat internationaal kan bloeien. We stellen vast dat de bestaande export- en financieringsintrumenten nog te weinig zijn afgestemd op de noden en de realiteiten van de audiovisuele en de muzieksector. Er is nood aan een beleid dat gericht is op een internationalisering van deze sectoren zelf, in samenwerking met die sectoren.

15. Stimuleer grensoverschrijdend werk

Niet enkel de opnames van onze muzikanten en acteurs vinden hun weg naar het buitenland. Ook de uitvoerende kunstenaar zelf trekt de grenzen over. En ook al zijn de grenzen binnen de Europese Unie weg, grote verschillen blijven bestaan tussen de arbeidsrechtelijke systemen van de lidstaten. Dat zorgt voor obstakels bij het bereiken van een internationaal publiek.

Wanneer de overheid middelen ter beschikking stelt om naar het buitenland te trekken, dan moet daarmee ingezet worden op het faciliteren van werken in het buitenland, eerder dan het vergoeden van transportkosten met het oog op een aanwezigheid in het buitenland.

 

sluiten

Log in Lid worden