Streamingvergoedingen voor artiesten: de juridische impasse uitgelegd

18 december 2025

De afgelopen maanden kregen we bij PlayRight regelmatig deze vraag van onze artiesten: ik heb deelgenomen aan een opname die vervolgens werd uitgezonden op televisie of radio en gestreamd werd. Waarom krijg ik wel rechten voor die uitzendingen op radio en televisie, en niet voor streaming? Of YouTube? 

De vraag is terecht. Streaming is voor muziek al jaren het dominante kanaal waarmee fans luisteren, ontdekken en delen. Maar hetzelfde geldt ook voor audiovisuele streamingplatformen, zoals Netflix, die dominante posities hebben verworven in het medialandschap. 

Uitvoerende artiesten leveren onbetwistbaar een toegevoegde waarde aan elke opname. Precies om die toegevoegde waarde te erkennen, bestaan de naburige rechten: het systeem dat moet garanderen dat artiesten correct worden vergoed wanneer hun prestaties worden gebruikt. 

Maar de wetgeving evolueert helaas veel trager dan de technologie, met inkomensverlies voor artiesten tot gevolg. Dat blijkt opnieuw bij de Europese CDSM-richtlijn en de manier waarop ze in België werd omgezet. Deze CDSM-richtlijn – nagenoeg de hele materie van auteursrecht wordt op EU-niveau geregeld – stelt uitdrukkelijk in haar inleiding dat artiesten correct vergoed moeten worden voor het online gebruik van hun prestaties op streamingdiensten en UGC-platformen (zoals YouTube of TikTok).  

Na die sterke intentieverklaring blijft de Europese tekst echter te vaag. Gelukkig legde de vorige federale regering wel de nodige moed aan de dag: in haar wet die de CDSM-richtlijn in de Belgische rechtsorde omzet, koos zij in 2022 resoluut ervoor een vergoedingsrecht te laten betalen door streamingdiensten en UGC-platformen aan het collectief beheer van de uitvoerende artiesten, PlayRight dus. De hoogst mogelijke garantie voor een correcte en transparante vergoeding. 

Die beslissing stuitte op hardnekkig verzet van Big Tech en platenproducenten. De nieuwe wet trad in voege in augustus 2022. Maar daar legden de tegenstanders zich niet bij neer: ze dienden een beroep in bij het Grondwettelijk hof om de hele Belgische omzettingswet naar de prullenmand te verwijzen. 

En dat Belgische Grondwettelijk hof toonde zich minder moedig dan de regering: het verwees maar liefst 13 prejudiciële vragennaar het Hof van Justitie van de EU in Luxemburg in een arrest van september 2024. Prejudiciële vragen zijn formele vragen die een nationale rechter stelt aan het Hof van Justitie wanneer Europese wetgeving onduidelijk is. Het Hof geeft dan een bindende interpretatie, zodat de nationale rechter weet hoe de Europese regels correct moeten worden toegepast. Dit hof is dus het enige orgaan dat kan bevestigen of België de CDSM-richtlijn correct heeft omgezet. 

We wachten sindsdien op een uitspraak. Heel Europa kijkt mee over onze schouders. Jullie rechten ondertussen afdwingen, blijkt in de praktijk moeilijk: de gebruikers van jullie repertoire beroepen zich op juridische onzekerheid en willen geen betalingen doen die later wel eens onverschuldigd zouden kunnen blijken te zijn.  Enkel een duidelijke uitspraak van het Hof van Justitie kan deze impasse doorbreken. We verwachten dit rond de zomer van 2026. 

Share This :

Gerelateerde items





sluiten

Inloggen Lid worden