Naar een modernisering van collectief rechtenbeheer?

Na de jaarlijkse nieuwjaarsdrink, die door heel wat uitvoerende kunstenaars gesmaakt werd, blikt voorzitter van PlayRight Luc Gulinck terug op het voorbije jaar.

Als voorzitter van PlayRight heb ik me dikwijls geroepen, ja zelfs gedwongen gevoeld om op enigszins militante wijze een overheidsinstantie of twee, drie de mantel uit te vegen. Steevast omwille van hun gebrek aan daadkracht, inzicht of engagement in de tenuitvoerlegging of het wezen van de naburige rechten. Dat ga ik voor een keer niet doen. Of toch niet rechtstreeks. Het zal u dus verbazen dat de naam Kris Peeters slechts één maal zal vallen, en dan nog louter als opstapje naar een breder verhaal dat ik u ter overdenking wil meegeven.

Luc Gulinck, Voorzitter van PlayRight

Maar laat ik vooreerst toch ook even terugkijken op vorig jaar. Daar valt veel over te zeggen, omdat het voor onze sector in het algemeen weer zeer bewogen was. “Never a dull moment in het collectief beheer”, zeggen wij wel eens bij PlayRight; meer als aangename vaststelling dan als klacht. Wat ik alleszins tot mijn grote genoegen heb mogen ervaren in de laatste maanden van 2017 is dat wij er, door gezamenlijke inspanningen met de belangenorganisaties van artiesten aan Franstalige en Nederlandstalige kant (acteurs en muzikanten), in zijn geslaagd een momentum te creëren bij de mensen waarvoor we het allemaal doen: nooit eerder zagen we namelijk een dergelijke mobilisatie, een zodanig uitgesproken sense of urgency bij onze uitvoerende kunstenaars omtrent de voorliggende, kwalijke plannen van de minister die ik dus niet zou vernoemen. Ik durf zelfs zeggen dat het een uniek moment was in de vaderlandse geschiedenis van het entertainmentbedrijf: zij die mee de basisgrondstof leveren voor dat entertainment spraken zich luid en duidelijk uit met de boodschap dat hun rechten gerespecteerd moeten worden, en die boodschap werd door de buitenwacht op empathische wijze opgepikt en gedeeld. Ik ben oprecht trots dat we daar met PlayRight de basis voor hebben kunnen leggen.

Een van de vele strijdpunten aan de orde in dat afgelopen jaar, waren de plannen van de Belgische overheid om de billijke vergoeding te herijken. Daar valt veel over te zeggen. Iets opvallends dat we te horen kregen op onze laatste vergadering op het kabinet van de bevoegde minister die ik niet zou vernoemen, wil ik er toch even uitlichten. Beleid en administratie hadden het namelijk eenstemmig over een “Modernisering” – met hoofdletter M, zo rolde het uit de monden – van het kader van die billijke vergoeding. Is dat zo? Is dit nu de giant leap forward waarvoor een overheid zich op de borst mag kloppen? Ik meen van niet. Voor een echte modernisering van het rechtenkader van de creatieve krachten in muziek en audiovisueel is heel wat meer nodig: vooral moed en durf om de fundamenten van het systeem ten gronde te herzien en te herdenken. Wat bedoel ik daarmee?

Vooreerst dat de regeling van het nieuwe Koninklijk Besluit billijke vergoeding helemaal niet modern maar oubollig is, en zelfs asociaal. De digitale exploitatie van prestaties van uitvoerende kunstenaars valt er nog steeds buiten, er worden loopholes voor betalingsplichtigen in voorzien die onmiskenbaar negatieve impact zullen hebben, terwijl de socioculturele sector niet meer lijkt te zullen kunnen bogen op zijn aloude gunsttarieven. Alles samen wordt de regeling in se nog complexer dan ze al was, niet in het minst omwille van de legistieke onvolkomenheden en fouten waarvan het KB blijk geeft. Modern is dat niet, volgens ons.

Een waarlijk moderne visie op rechten en rechteninning kan volgens ons veel verder gaan, omvattender zijn én tegelijk eenvoudiger. Wij denken daar zelfs in alle bescheidenheid het recept voor te hebben. Een recept overigens dat – zo konden we bij diverse gelegenheden en in publicaties in binnen- en buitenland al vaststellen – ook in academische kringen ingang begint te vinden. Opdat auteurs- en naburige rechten weer voluit in het teken zouden staan van de leefbaarheid en duurzaamheid van carrières van makers en uitvoerders, is namelijk een grootscheepse paradigmaverschuiving nodig. De premisse moet simpelweg luiden dat wie gebruik maakt van artistieke content – voor commercieel gewin dan wel louter utilitair (en alles daar tussenin) – daar ook proportioneel, in relatie tot inkomsten of behaalde voordelen, moet voor betalen. Daarbij dient technologieneutraliteit het sturende principe zijn: ongeacht het businessmodel of de toegepaste techniek, exploitatie- of distributiewijze: de gebruiker betaalt een percentage van zijn omzet.

Dat principe kan worden toegepast op de all-you-can-eat-modellen van usual suspects als Spotify, Netflix, Deezer, Apple Music, maar ook op omroepen, kabeldistributeurs, digitale dienstenverstrekkers, diensten die opslag in de cloud leveren, enzovoort. Het kan gelden voor lineair aanbod, voor on demand-diensten en voor nog te ontwikkelen fenomenen. Geen discussies meer over het geslacht der engelen, die worden misbruikt om rechthebbenden te ontzeggen wat hen toekomt; zoals inzake directe injectie, publieke mededeling, de value gap, enzovoort. Wie content gebruikt, betaalt een percentage van zijn omzet (hoeveel dat moet zijn durf ik te denken, maar nog niet te opperen) aan de collectieve beheersorganisaties (al dan niet overkoepelend), die het onder de rechthebbenden verdelen. Daarbij moet onvermijdelijk het zo geconsacreerde exclusieve recht een andere, meer genuanceerde invulling krijgen: met andere woorden, meer het gehalte aannemen van een vergoedingsrecht. Dergelijk systeem zou door zijn eenvoud goed vallen bij gebruikers, uitermate transparant zijn voor zowel vergoedingsplichtigen als rechthebbenden, en aan consumenten een soort van fair trade-garantie bieden dat hun bijdrage ten goede komt aan zij die er recht op hebben. Alles samen zou de omwenteling tot een ingrijpende vereenvoudiging van het door de buitenwacht als ondoorzichtig en complex ervaren systeem leiden.

Langs die lijnen durven wij dromen. U kan dat utopisch vinden, maar we menen dat daarmee een gezond en duurzaam collectief beheer kan worden verankerd voor de lange termijn en voor generaties na ons. Daarvoor moeten we als sector ook durven onze achterhoedegevechten opzij zetten en verenigd de buitenwereld tegemoet treden. Dat inzicht wens ik u. We zullen onze ideeën ter zake met PlayRight vanaf nu alleszins uitdrukkelijk uitdragen, er discussies over aangaan en overheden mee bestoken. Opdat de ontzaglijke waarde die onze artiesten creëren voor de maatschappij weer voor een billijk stuk terugvloeit naar hen, en het niet langer bij uitstek de economische krachten zijn die er hun voordeel uit puren.

Luc Gulinck,

Voorzitter van PlayRight