5mrt

Billijke vergoeding voor muziek in bedrijven – kijk je contracten na!

Sinds 1 januari 2015 is een nieuwe wet op het auteursrecht en de naburige rechten van kracht. Door aanpassing van de regels inzake de billijke vergoeding zou voortaan ook rechtstreeks aan de muzikant (hoofdartiesten zowel als sessiemuzikanten) een vergoeding voor het gebruik van muziek in bedrijven toekomen. Voorheen ontvingen enkel hoofdartiesten hiervoor een aandeel, onrechtstreeks via hun producent en op voorwaarde dat een clausule in hun contract zulks bepaalde. Op 29 december heeft een Koninklijk Besluit echter op de valreep bepaald dat de beoogde aanpassingen inzake de billijke vergoeding pas op 1 januari 2016 in voege zullen treden.

Zo wordt er dus nog een jaar langer een totaal onlogisch onderscheid gemaakt tussen ‘muziek op een openbare plaats’ en ‘muziek in bedrijven’. Enkel voor het eerste is de regeling van de billijke vergoeding van toepassing. Voor wat betreft muziek in bedrijven blijft het exclusief recht op publieke mededeling gelden en moet voor een vergoeding dus gekeken worden naar de contracten tussen (hoofd)artiest en platenmaatschappij. Deze houden steevast in dat het recht op publieke mededeling wordt overgedragen aan de platenmaatschappij (producent). Veel minder courant is echter dat daaraan contractueel ook een specifiek aandeel in de eventuele vergoedingen ten gunste van de artiest wordt voorzien. De producenten mandateren alleszins hun beheersvennootschap SIMIM om op basis van dit recht een vergoeding te innen bij bedrijven wanneer deze op de werkvloer muziek laten weerklinken. In 2013 betekende dit voor SIMIM nog een inkomst van 3,7 miljoen euro.

In 2009 is PlayRight met SIMIM een protocol overeengekomen waarin werd erkend dat een deel van de vergoeding geïnd door SIMIM voor muziek in bedrijven toekomt aan de artiesten. Platenmaatschappijen werden via dit protocol aangespoord om in de contracten met hun artiesten overeen te komen een deel van deze vergoeding door te betalen. Meerbepaald stelt het protocol dat waar het contract ter zake een lacune vertoont, “daarover tussen de artiest en de producent te goeder trouw onderhandeld (zal) worden in overeenstemming met de eerlijke beroepsgebruiken en in de geest van hun contractuele afspraken”. De vraag is echter of de labels de bestaande clausules wel degelijk hebben toegepast en/of de aansporing om een bijzonder beding op te nemen, ter harte hebben genomen.

Controleer daarom je artiestencontracten (sinds 2009) en let er bij het ondertekenen van nieuwe contracten op dat een dergelijke clausule is opgenomen! Tot de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen inzake de billijke vergoeding op 1 januari 2016 is dit je enige garantie op een eerlijk deel van de vergoeding die bedrijven betalen voor gebruik van je muziek op de werkvloer.

Gepubliceerd op: 05/03/2015