19sep

Audiovisueel werk 2014-2015: PlayRight verdeelt €752.000 aan naburige rechten

PlayRight verdeelt meer dan €752.000 aan naburige rechten, voor audiovisueel werk dat verspreid werd in België in 2014 en 2015. Dit is een eerste verdeling, je kan je repertoire voor deze referentiejaren nog altijd aangeven.

Deze verdeling werd berekend op basis van je aangegeven repertoire in onze databank. Als je nog opnames wil aangeven voor deze periode, heb je nog tijd tot 31/12/2020.

Hoe werden deze rechten verdeeld?

De aanwezigheid van muziek in een audiovisueel werk genereert ook rechten. Voor deze verdeling legde de Raad van Bestuur, in overeenkomst met het algemeen reglement van PlayRight, een lijst vast met de televisiezenders die meegenomen moesten worden in de berekening en een minimaal publieksaantal dat elk audiovisueel werk moet halen om in aanmerking te komen.

Op basis van die parameters hebben we een eerste verdeling uitgevoerd voor programma’s van de volgende zenders:

PlayRight moet bij de definitieve verdeling voor elk werk drie jaar terug in de tijd kunnen gaan. Daarom creëert PlayRight voor elk werk een virtuele casting. Die laat toe om de rechten voor kunstenaars die hun aangifte misschien nog niet deden tijdelijk te reserveren.

In tegenstelling tot wat gangbaar is voor muziek, liggen maar twee vergoedingen aan de basis van je rechten als acteur en/of muzikant in audiovisuele werken:

De twee verdelingen die PlayRight net uitvoerde komen van vergoedingen voor privékopie en leenrecht, voor een totaal van € 752.000. De berekening en verdeling van de overige rechten wordt afgesloten in 2021.

Heb je nog vragen met betrekking tot deze twee verdelingen? Aarzel dan niet om contact op te nemen met je Account Manager (hun gegevens staan in het linkerluik van je webportal, eens je ingelogd bent).

Volgende verdeling: muziekrechten voor het referentiejaar 2017.

11sep

Een naburig recht op streaming?

Op maandag 10 september hernam het Europees Parlement haar werkzaamheden. Eén van de punten op de agenda tijdens die eerste week is de felbesproken Richtlijn on Copyright in the Digital Single Market. Wat mogen we verwachten?

Vooraleer een richtlijn tot Europese wet wordt verklaard, moet de tekst ervan op het akkoord van alle Europese instellingen kunnen rekenen: de Commissie, de Raad én het Parlement. Het is pas wanneer elk van de drie een duidelijke positie kunnen innemen dat ze de zogenaamde ‘trilogues’ kunnen opstarten. Het voorstel zelf komt van de Commissie, dus hun positie kenden we reeds op september 2016. De Raad bereikte eind mei 2018 ook een akkoord. Het was enkel nog wachten op het Parlement.

Binnen het Parlement werd het voorstel van de richtlijn besproken door meerdere ‘werkgroepen’, ieder vanuit zijn eigen specialisatie. Het was de werkgroep juridische aangelegenheden (JURI) die in juli met een compromistekst naar het voltallige Parlement stapte en daar de goedkeuring vroeg om op basis van die tekst de onderhandelingen met de Raad en de Commissie te kunnen opstarten.

Maar die goedkeuring kregen ze niet. De Duitser Axel Voss, verantwoordelijk voor het opstellen van de compromistekst, kreeg geen meerderheid van het Parlement achter zich en werd het zomerreces ingestuurd met huiswerk.

Het Parlement stemde de compromistekst weg omdat die de tekst de vrijheid op het internet te fel zou beperken, een vrees die de lobby van enkele tech-giganten er bij meerdere Parlementleden goed had ingeprent. Maar het compromis betrof veel meer dan dat. Het bevatte ook regels die de uitvoerende kunstenaar (muzikant én acteur) rechtstreeks raken en meer bepaald diens positie binnen de steeds groter wordende online markt van video-on-demand en muziekstreaming. Wat dat betreft was het een vooruitgang ten aanzien van het voorstel van de Commissie. Het bood nog niet de garantie van bescherming waarop we gehoopt hadden, maar was een goede basis om een betere bescherming op het internet uit te bouwen. Daarom werd het ondersteund door PlayRight, haar collega-beheersvennootschappen in Europa, alsook de Europese federaties en gildes van muzikanten en acteurs.

Tijdens de zomermaanden heeft Axel Voss verder gewerkt aan een nieuwe compromistekst, die hij op 5 september indiende. Samen met onze partners in Europa hebben we kunnen vermijden dat de bepalingen die rechtstreeks de toekomst van onze muzikanten en acteurs betreffen verder werder aangepast. Morgen, op 12 september, krijgt het Parlement een tweede kans om het compromis goed te keuren en we hopen dan ook samen met jullie dat ze dit zal doen.

5sep

JOHAN HOOGEWIJS, COMPONIST & MUZIKANT OP AANVRAAG

De term ‘uitvoerende kunstenaars’ dekt heel wat ladingen en houdt niet op bij studiomuzikanten of filmacteurs. Wie zijn de leden van PlayRight? Johan Hoogewijs is aangesloten als opdrachtcomponist, hij is vooral actief in de audiovisuele sector. Zijn samenwerkingen laten hem toe om allerlei projecten met elkaar af te wisselen en omdat hij zijn muziek vaak zelf inspeelt levert ze ook naburige rechten op. Hoe word je muzikant-componist in opdracht?

Ik werk hoofdzakelijk voor film en televisie, voor theater en dans in mindere mate. Na zes of zeven jaar jingles voor Jan Hautekiet bij Studio Brussel, ben ik beginnen componeren voor fictieseries als Langs de kade, Niet voor publicatie, Heterdaad,… In Nederland mocht ik naast allerlei reeksen ook een zevental films maken, zoals Bloedbroeders van Arno Dierickx (2008) en Het leven uit een dag van Mark De Cloe (2008). Dankzij de tax shelter kwam ik intussen ook bij een aantal buitenlandse producties terecht, zoals Heute bin ich blond van Marc Rothemund in Duitsland (2013) en recent nog Le collier rouge van Jean Becker in Frankrijk (2018).

Wat doet een opdrachtcomponist en muzikant?

Wie me vraagt, kan me krijgen. Ik componeer zelden zonder specifiek doel, maar laat me graag leiden door de opdracht die ik krijg. Dat kan erg breed gaan, van piano of synthesizer tot meer klassiek repertoire. Een duidelijke signatuur zoals die van Wim Mertens heb ik niet, maar ik vind het net een rijkdom dat ik zoveel verschillende paletten aankan. Het resultaat is altijd nieuwe muziek, in samenspraak met de regisseur en de producer.

Hoe komen regisseurs bij jou terecht?

Als regisseur krijg je niet altijd de vrijheid van je producenten om zelf een team te kiezen. Voor cameramensen en monteurs vechten ze dan meestal wel. Wat overblijft zijn dan de componisten, de setbouwers,…

Op dat vlak is de tax shelter een zegen en een vloek. Een coproductie heeft soms alleen nog budget voor iemand met een bepaalde nationaliteit. Dat kan dan voor of tegen je werken. Tegenwoordig heb je zelfs gespecialiseerde firma’s die alleen maar taxshelterfondsen binnenhalen. Die gaan dan via aanspreekpunten als studio’s of de recent opgerichte Belgian Screen Composers Guild op zoek naar componisten.

Deelnemen aan competities is ook steeds meer schering en inslag. Sommige huizen bieden voor een demo wel een bepaalde som, maar vaak betekent dat ook werken zonder te weten of je betaald zal worden. Als je samen met honderd anderen meedoet aan een competitie voor een nieuwe Ketnetsong kunnen ze die natuurlijk moeilijk allemaal vergoeden. Intussen steek jij daar je tijd in en hebben zij zekerheid over het eindresultaat.

Wanneer hoorde je voor het eerst over naburige rechten als een mogelijke bron van inkomsten?

Midden de jaren negentig stelde Microcam me voor om lid te worden. Die organisatie is later opgegaan in Uradex, dat daarna omgevormd werd tot PlayRight. Toots Thielemans had me verteld dat hij bijvoorbeeld regelmatig geld kreeg voor spotjes die hij ooit opgenomen had in Zweden. Ik wist dus al dat ik naburige rechten kon claimen, omdat ik mijn muziek ook zelf inspeelde.

PlayRight beheert nu al jaren mijn dossier. In vergelijking met muziek loopt audiovisueel wat achter en er wordt niet in alle landen voor allebei geïnd. Ik hoor dat de zoektocht naar informatie ook moeizamer verloopt. Maar ik weet dat daaraan gewerkt wordt en dat de mensen van PlayRight veel inspanningen leveren. Dat zie ik ook aan de stijgende lijn van de bedragen die ik elk jaar krijg.

Er is een echt persoonlijke opvolging en daarom probeer ik anderen te motiveren om zich ook aan te sluiten. Muzikanten die schamper reageren omdat ze weer eens vijf euro kregen van PlayRight vind ik verschrikkelijk. PlayRight en SABAM zouden vandaag al veel verder staan als hun artiesten hen voluit zouden steunen.

Kan je leven van je muziek?

Ik heb geluk gehad. Ik heb altijd zeer weinig moeite moeten doen om de jobs te krijgen die ik gedaan heb. De telefoon rinkelde gewoon op de juiste momenten. Witse vond ik erg leuk, en tegelijk was het een succesvolle serie, die vaak heruitgezonden werd. Die financiële zekerheid liet me toe om ook minder evidente projecten aan te nemen. Zo leef ik toch al meer dan dertig jaar van mijn muziek, en niks anders.

Voor de nieuwe lichting is dat niet zo evident. Ook niet voor uitvoerende muzikanten en songschrijvers. Wat die online krijgen bij Spotify en andere streamingtoestanden is peanuts als je dat vergelijkt met wat artiesten vroeger verdienden.

Hebben streamingdiensten jouw leven veranderd?

Daar kom je alleen terecht via productiemaatschappijen. Je hebt een netwerk nodig, de juiste contacten en liefst iemand die je vertegenwoordigt. Bij Milan Records, een bekend platenlabel voor filmmuziek, bekijkt iemand nu voor mij of er na Le collier rouge nog meer mogelijkheden zijn op de Franse markt.

Bestaande series van mijn hand werden ook nog niet opgepikt door streamingdiensten. Het ging natuurlijk vaak om producties van de VRT, die zelf nooit veel moeite deed om haar series elders verkocht te krijgen. Nu series als Tabula Rasa buitenshuis gemaakt worden, door externe productiemaatschappijen, zie je dat wel veranderen.

Aan welk project zou je graag nog eens meewerken?

Mijn eigen ambities liggen niet zo hoog dat ik in Hollywood zou willen terechtkomen. In dat systeem zou ik ook niet gedijen. Maar elke goeie auteursfilm is welkom, of een knappe Scandinavische reeks, dat zou me wel liggen. En een grote epoquefilm waarin ik nogal breed kan uitpakken en waar de muziek ertoe doet, met een thema dat dan nog een carrière heeft naast de film. Dat lijkt me wel wat. Mijn idee voor een eigen liveproject, met vier jazzmuzikanten en beelden van Hans Op de Beeck, heb ik ook net weer opgepikt.

 

1sep

De RVA-jacht op de uitvoerende kunstenaar

Als uitvoerend kunstenaar heb je een groot risico dat je ergens tijdens je loopbaan beroep moet doen op een werkloosheidsuitkering. Om toegang te krijgen tot die werkloosheid houdt de RVA geen rekening met wat je ontvangt aan rechten, maar eens je bent ingeschreven worden je inkomsten uit rechten wél in rekening gebracht. Of beter gezegd in mindering.

Dat je geen sociale rechten opbouwt met inkomsten uit rechten, is verdedigbaar. Er worden immers ook geen sociale bijdragen betaald op deze roerende inkomsten. Maar, dat ze gebruikt worden om de sociale rechten die je elders opbouwt af te kalven, dat slaat natuurlijk nergens op.

En toch mag het. Op basis van het vernieuwde artikel 130 van het KB van 25 november 1991 mag de RVA sinds enkele jaren inkomsten uit rechten gebruiken als basis voor een herberekening van de uitkering. En ze maakt steeds vaker gebruik van die mogelijkheid, al is dat niet steeds op een correcte manier. Een greep uit het aanbod:

Een actrice valt na twintig jaar dienst zonder werk en schrijft zich in september in als werkzoekende. De naburige rechten die ze in de maanden voor haar werkloosheid heeft uitbetaald gekregen (en aangeeft) worden (begrijpelijk) niet in rekening genomen bij het bepalen of ze al dan niet toegang verkrijgt tot de werkloosheid. Op basis van haar loon verkrijgt ze een uitkering, maar in het daaropvolgende jaar wordt haar hele uitkering voor de maanden september tot december toch teruggevorderd omdat ze teveel aan rechten had ontvangen in het jaar dat ze ingeschreven was als werkzoekende.

Een muzikant vult het formulier C1-Artiest in en verklaart dat hij schat zo’n 350 euro aan rechten te zullen ontvangen in het komende jaar. Uiteindelijk ontvangt hij 2500 euro aan rechten en wordt hij gesanctioneerd als fraudeur. De 2500 euro gebruikt de RVA om een vermindering van zijn uitkering te berekenen. Nochtans ligt dit bedrag ver onder de grens van wat je op basis van artikel 130 aan rechten mag ontvangen.

….

PlayRight blijft voorstander van het zonder uitzondering en zonder beperking erkennen van het roerend karakter van de inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten, zoals dat vandaag de dag wordt gedaan door de fiscus. Auteursrechten en naburige rechten hebben geen plaats in art.130 en dienen door de RVA verwerkt te worden als iedere andere roerende inkomst, namelijk niet!

Met het oog op een constructief overleg met de uitbetalingsinstellingen, de RVA én de bevoegde Minister, vraagt PlayRight aan haar aangeslotenen om melding te maken van beslissingen van de RVA waarbij rechten – uitbetaald door PlayRight of door derden – ertoe geleid hebben dat uitkeringen werden verminderd of zelfs ingetrokken.

Je kan dit doen door een kopie van de beslissing van de RVA te mailen naar .

 Art. 130

  • 1. Valt onder de toepassing van § 2, de werkloze die :
    1° op bijkomstige wijze een activiteit uitoefent binnen de voorwaarden bedoeld in [2artikel 48]2;
    2° een mandaat uitoefent in de zin van artikel 49, of een onvolledig pensioen ingevolge de uitoefening van dergelijk mandaat geniet;
    3° een prestatie geniet wegens een arbeidsongeschiktheid of een invaliditeit in de zin van artikel 61, § 3;
    4° een pensioen geniet in de zin van artikel 65, § 2;
    5° [2 …]2
    6° in de loop van het kalenderjaar inkomsten ontvang voortvloeiend uit de oefening van een scheppende of een vertolkende artistieke activiteit.
    § 2. (Het dagbedrag van de uitkering wordt verminderd met het gedeelte van het dagbedrag van het inkomen bedoeld in § 1 dat 10,18 EUR overschrijdt. Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond tot de hogere of lagere cent naargelang het gedeelte van een cent al dan niet 0,5 bereikt. Het mag [2 in het geval bedoeld in § 1, 2°]2, niet minder bedragen dan 12 cent.)
    In het geval bedoeld in § 1, 1°, wordt rekening gehouden met het globale inkomen, met inbegrip van datgene wat verworven wordt op de dagen waarvoor een uitkering in mindering wordt gebracht of waarvoor geen uitkering wordt verleend.
    [1 In het geval bedoeld in § 1, 6°, wordt rekening gehouden met alle inkomens die rechtstreeks of onrechtstreeks voortvloeien uit de uitoefening van een artistieke activiteit, met uitzondering van het inkomen uit een statutaire tewerkstelling of het inkomen of een gedeelte ervan uit een activiteit die onderworpen is aan de sociale zekerheid van de loontrekkenden, wanneer inhoudingen voor de sociale zekerheid, met inbegrip van de sector werkloosheid, werden verricht op dit inkomen of op een deel ervan.]1
    Er wordt geen rekening gehouden met het inkomen voortvloeiend uit artistieke activiteiten die definitief beëindigd werden vóór het begin van een werkloosheidsperiode of reeds gedurende twee opeenvolgende kalenderjaren beëindigd werden.
    Het dagbedrag van het inkomen, bedoeld in § 1, wordt bekomen door het netto jaarinkomen te delen door 312. Wanneer het nochtans een activiteit betreft die niet in loondienst wordt uitgeoefend, wordt rekening gehouden met het netto belastbaar jaarinkomen.
    [3 Indien het inkomen een activiteit betreft beoogd in § 1, 1° of 6°, die pas in de loop van het jaar werd aangevat of die eindigt in de loop van het jaar, of indien het inkomen een andere prestatie betreft beoogd in § 1, 2° tot 4°, waarvan de werkloze begon te genieten in de loop van het jaar of waarvan hij ophield te genieten in de loop van het jaar, wordt het dagbedrag van het inkomen bekomen door het jaarinkomen bedoeld in het vorige lid te delen door een aantal dagen dat evenredig is aan de periode gedurende dewelke de activiteit werd uitgeoefend of gedurende dewelke de prestatie werd ontvangen.]3
    (Het in het eerste lid vermelde bedrag wordt gekoppeld aan de spilindex 103,14, geldend op 1 juni 1999 (basis 1996 = 100), volgens de regels bepaald in artikel 113.)
    § 3. In afwijking van § 2, eerste lid, wordt voor de werkloze, bedoeld in [1 artikel 48bis, § 3, tweede lid]1 , het dagbedrag van de uitkering verminderd met het dagbedrag van het inkomen.