Van inningen tot verdelingen, wat gebeurt er met de billijke vergoeding?

De billijke vergoeding wordt jaarlijks geïnd door Honebel en Outsourcing Partners, en vervolgens doorgestort naar de uitvoerende muzikanten en producenten via de beheersvennootschappen die hen vertegenwoordigen : SIMIM (producenten) en PlayRight (uitvoerende kunstenaars).

Eigen aan muziek, is deze billijke vergoeding dus exclusief voorbehouden aan uitvoerende muzikanten. Eens een betaler zijn billijke vergoeding voor een bepaald referentiejaar betaalt aan PlayRight, wordt dit bedrag verzameld in een “pot” (“muziek 2016”, “muziek 2017”, etc.) en opzijgezet voor de muziek die in datzelfde jaar uitgezonden, geëxploiteerd en/of verkocht werd.

Na elk referentiejaar doet PlayRight een eerste verdeling van de vergoedingen die tijdig werden betaald. Bv.: de billijke vergoeding die werd geïnd voor het referentiejaar 2016 wordt in een pot verzameld, “muziek 2016”, en vervolgens wordt in 2017 uit die pot een eerste verdeling gedaan aan de artiesten die daar recht op hebben.

Bij een eerste verdeling merken we vaak dat niet alle artiesten aangifte hebben gedaan van hun opnames. Daarom maakt PlayRight gebruik van virtuele castings, waarbij rekening gehouden wordt met alle (mogelijke) artiesten die aan een track hebben meegewerkt, ook diegenen die de opnames nog niet hebben aangegeven. Tijdens die eerste verdeling worden de rechten van die artiesten opzij gehouden.

Drie jaar na de eerste verdeling gebeurt ten slotte de afsluitende verdeling. De rechten die werden opzij gehouden voor artiesten op basis van de virtuele casting worden dan uitbetaald en verdeeld onder de reële cast. Wie na drie jaar nog steeds geen aangifte heeft gedaan voor dat bepaald referentiejaar, zal zijn of haar rechten voor dat jaar niet meer kunnen innen.

Kortom, billijke vergoeding levert rechten, en dus inkomsten, op voor de muzikanten.

Share This :
sluiten

Log in Lid worden